Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Verslavingszorg Noord Nederland
Rechtbank Noord-Nederland, 7 februari 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ2860

werknemer/Stichting Verslavingszorg Noord Nederland

Werknemer vordert naast ontbindingsvergoeding nakoming van wachtgeldregeling op grond van cao. Wachtgeldaanspraken zijn in de overeengekomen ontbindingsvergoeding verdisconteerd, zodat werknemer hier geen recht meer op heeft

Werknemer is sinds 1984 in dienst van (een rechtsvoorganger van) Stichting Verslavingszorg Noord Nederland (hierna: VNN), laatstelijk als strategisch adviseur. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO GGZ van toepassing. Als gevolg van een reorganisatie is de functie van werknemer komen te vervallen. Partijen hebben onderhandeld over beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst (pro forma) ontbonden per 1 januari 2013 onder toekenning van een vergoeding aan werknemer van € 320.432 bruto. Thans is in geschil of werknemer daarnaast nog aanspraak kan maken op de bij cao overeengekomen wachtgeldregeling.

Weliswaar kan volgens vaste rechtspraak door een werknemer niet stilzwijgend afstand van een dergelijk cao-recht worden gedaan, maar naar het voorshands oordeel van de kantonrechter is hiervan in het onderhavige geval geen sprake geweest. Zowel tijdens de bespreking van 24 april 2012 als bij de brief van mr. D. Kuijken van 22 mei 2012 aan mr. D.J. Kap, is door VNN in duidelijke bewoordingen aan werknemer kenbaar gemaakt dat door haar naar een all-in-vertrekregeling werd gestreefd op basis van de neutrale kantonrechtersformule. Vaststaat dat rechten en aanspraken op een wachtgeldregeling tijdens het cruciale overleg van 12 juli 2012 niet aan de orde zijn geweest. Ook staat vast dat partijen tijdens dit overleg overeenstemming hebben bereikt en elkaar na afloop de hand hebben geschud. De door VVN vermeende tot stand gekomen afspraken zijn vervolgens door mr. D. Kuijken bij brief d.d. 31 augustus 2012 aan mr. D.J. Kap bevestigd, in welke brief expliciet is opgenomen dat over een weer finale kwijting zal worden verleend. Voorlopig oordelend wordt aangenomen dat de wachtgeldaanspraken van werknemer in de overeengekomen ontbindingsvergoeding waren verdisconteerd en dat hij daarmee zijn rechten daarop had prijsgegeven, althans dat VNN daarop gerechtvaardigd mocht vertrouwen. Het had in elk geval na ontvangst van de brief van 31 augustus 2012 op de weg van werknemer gelegen aan VNN kenbaar te maken wanneer hij het niet eens zou zijn met de daarin geformuleerde afspraken, waaronder de vermelding van het verlenen van finale kwijting. Dit heeft hij niet gedaan. Volgt afwijzing van de vorderingen.