Naar boven ↑

Rechtspraak

Rasmussen/Rabo Wielerploegen B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 juni 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:CA3542

Rasmussen/Rabo Wielerploegen B.V.

Rasmussen-zaak. Ontslag op staande voet onverwijld verleend. Rasmussen is schadeplichtig jegens Rabo-ploeg. Ontslag op staande voet kan niet tevens kennelijk onredelijk zijn

(Hoger beroep van AR 2008-0433.) In deze zaak staat het ontslag op staande voet van wielrenner Rasmussen centraal. De kantonrechter heeft geoordeeld dat Rabo veel eerder op de hoogte was van de dringende reden en derhalve het ontslag niet onverwijld heeft verleend. Het hof heeft in het tussenarrest van 19 juni 2012 Rabo toegelaten te bewijzen dat het ontslag op staande voet van Rasmussen op 26 juli 2007 onverwijld is gegeven, in het bijzonder dat zij pas op 25 juli 2007 bekend werd met het feit dat Rasmussen onjuiste informatie met betrekking tot zijn verblijfplaats in de maand juni 2007 had verstrekt.

Het hof oordeelt als volgt. Na het getuigenverhoor aan de zijde van Rabo op 18 december 2012 hebben verschillende professionele (oud-)wielrenners in het openbaar bekend gemaakt dat zij in het verleden voorafgaande en tijdens wielerwedstrijden, zoals bijvoorbeeld de Tour de France, diverse vormen van doping hebben gebruikt. Ook Rasmussen heeft een bekentenis afgelegd. Het hof benadrukt echter dat het in deze zaak gaat om de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet dat Rabo op 26 juli 2007 aan Rasmussen heeft verleend. De reden(en) voor dit ontslag op staande voet was/waren – kort gezegd – dat Rasmussen volgens Rabo in strijd met de geldende regels (van UCI en zijn arbeidsovereenkomst) belangrijke onjuiste informatie met betrekking tot zijn verblijfplaats in de maand juni 2007 had verstrekt, te weten dat hij, voorafgaande aan de door Rabo (in de periode van 25 tot en met 29 juni 2007) georganiseerde training in de Pyreneeën, in Mexico verbleef om zich op de Tour de France voor te bereiden, terwijl dit ten aanzien van ten minste één dag (13 juni 2007) niet het geval was.

Anders dan de kantonrechter, oordeelt het hof dat Rabo wel degelijk onverwijld heeft opgezegd. Niet kan worden geoordeeld dat Rabo voor 26 juli 2007 reeds op de hoogte was van het feit dat Rasmussen niet in Mexico zou verblijven.

Met betrekking tot de vraag of sprake is van een dringende reden, oordeelt het hof als volgt. Rasmussen heeft op essentiële momenten (ten tijde van de recorded warning op 29 juni 2007 en de boete op 3 juli 2007, de persconferentie op 24 juli 2007 en de bekendwording op 25 juli 2007 dat Rasmussen op 13 juni 2007 door C in de Dolomieten was gezien) onjuiste informatie verstrekt met betrekking tot zijn verblijfplaats in de maand juni 2007; hij heeft over die verblijfplaats herhaaldelijk gelogen. Uitgekomen is dat hij ten minste op één dag in Italië was gezien. Dat levert naar het oordeel van het hof (objectief gezien) een dringende reden voor ontslag op staande voet op. Door zijn handelwijze is het imago van Rabo en van de ploeg(genoten) van Rasmussen ernstig geschaad en heeft dit ook financiële consequenties gehad voor Rabo, haar sponsors en de individuele renners: zij allen zijn door de handelwijze van Rasmussen vele inkomsten misgelopen. Ook voor Rasmussen geldt dat de gevolgen van het ontslag op staande voet zeer ingrijpend zijn, zowel in persoonlijk opzicht (het in rook zien opgaan van een zeer goede kans de hoogst gewaardeerde wielerronde winnend af te sluiten, schending van zijn imago en/of carrièrebreuk en/of psychisch leed) als in financieel opzicht (het mislopen van premies, startgelden en sponsorcontracten). Het is echter Rasmussen zelf geweest die door de wijze waarop hij heeft gehandeld deze gevolgen over zich heeft afgeroepen. Deze persoonlijke gevolgen wegen voorts niet op tegen de aard en de ernst van de aan het adres van Rasmussen gemaakte verwijten. Ditzelfde geldt ook voor de leeftijd van Rasmussen en de duur van het dienstverband ten tijde van het ontslag. Dit brengt voorts met zich dat Rasmussen schadeplichtig is jegens Rabo en gefixeerde schadevergoeding dient te betalen van iets meer dan één maandloon (opzegtermijn), hetgeen gelijk is aan € 84.543 bruto (€ 13.710 bruto wegens het resterende loon over de maand juli 2007 en € 70.833 bruto wegens loon over de maand augustus 2007).

Opzegging is niet kennelijk onredelijk (Schrijvers/Van Essen).