Naar boven ↑

Rechtspraak

stichting Zorggroep Groningen/werknemer
Rechtbank Noord-Nederland, 18 juni 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:3669

stichting Zorggroep Groningen/werknemer

Ontbinding arbeidsovereenkomst medewerker technische dienst wegens seksuele intimidatie. Geen vergoeding

Werknemer is sinds 2001 in dienst van Zorggroep Groningen in de functie van medewerker technische dienst. Zorggroep Groningen hanteert een Protocol intimidatie, dat tijdens een werkoverleg met de werknemers is besproken. Diverse werkneemsters hebben melding gemaakt van ongewenste intimiteiten door werknemer. In 2009 heeft een stagiaire gemeld dat zij in de lift was lastig gevallen door werknemer en in 2011 heeft een medewerkster geklaagd dat werknemer op het werk aan haar borsten had gezeten. In maart 2013 heeft een werkneemster melding gemaakt van seksuele intimidatie door werknemer. Hij zou in het washok zijn beide handen op haar billen hebben gelegd. Werknemer heeft verklaard dat hij iets tegen werkneemster zei met een strekking als ‘en nu even snel doorlopen’ en haar daarbij een tik op haar billen gaf. Dit was als grapje bedoeld. Thans verzoekt Zorggroep Groningen ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft erkend dat hij zijn collega een klap op de billen had gegeven. Ter zitting heeft hij aangegeven dat het misschien meer haar onderrug was. Voldoende aannemelijk is geworden dat werknemer tijdens het gesprek met zijn leidinggevenden op 31 augustus 2011 duidelijk te verstaan is gegeven dat hij zich moest onthouden van (iedere vorm van) handtastelijkheden ten aanzien van zijn vrouwelijke collega’s en dat hij zich in dat opzicht geen enkel incident (meer) kon permitteren. Hoewel niet in schriftelijke vorm aan werknemer uitgereikt, vat de kantonrechter deze mededeling niettemin op als een officiële en finale waarschuwing, waarvan de consequenties voor werknemer voldoende duidelijk moeten zijn geweest. Dit betekent dat het werknemer evenzeer duidelijk moet zijn geweest dat hij zich nadien – in zijn eigen woorden – geen enkel ‘grapje’ in de vorm van ‘een tik op de billen’ (ook al was het de ‘onderrug’) van zijn collega meer kon veroorloven. Hoe onschuldig, bagatel en wellicht onbedoeld de aanrakingen van werknemer in zijn ogen ook zijn geweest, zijn drie collega’s denken daar anders over. Uit de repeterende luchthartigheid (‘grapje’) blijkt dat werknemer ook na twee waarschuwingen, waarvan de laatste het karakter had van een ultimatum, kennelijk niet begrijpt dat zijn vrouwelijke collega’s niet van dat gedrag gediend zijn. Gegeven de omstandigheid dat werknemer voornamelijk werkzaam is in een omgeving met vrouwen en hem kennelijk niet duidelijk valt te maken dat hij zijn collega’s niet kan aanraken op de wijze zoals uit de stukken is gebleken wordt – met voorbijgaan aan het primair gevorderde – het subsidiaire verzoek, de ontbinding wegens gewijzigde omstandigheden, toegewezen. Nu de gebleken omstandigheden in de risicosfeer van werknemer liggen, wordt geen vergoeding toegekend.