Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 oktober 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:7547

werkgever/werknemer

Bedrijfsmatig door middel van nevenwerkzaamheden beconcurreren van eigen werkgever is in strijd met het goed werknemerschap, ondanks het feit dat werkgever dergelijke nevenactiviteiten jarenlang gedoogde en zelfs faciliteerde

Werknemer is sinds 1977 in dienst van werkgever. Werkgever is een bedrijf dat zich bezighoudt met installatie van verwarmings- en luchtbehandelingsapparatuur, met installatie van verlichting, telecom en alarm in gebouwen en met loodgieters- en fitterswerk en installatie van sanitair. Tot 2010 heeft werkgever gedoogd dat haar werknemers ‘zwart’ bijklusten en daarbij gebruik maakten van materialen van werkgever. In 2010 heeft werkgever verboden nog langer gebruik te maken van zijn materialen. Wel heeft hij voor zijn personeel een korting bedongen bij de toeleverancier. Werknemer heeft op 1 september 2011 de eenmanszaak MacGyver Klussenbedrijf opgericht en zich onder de noemer bedrijfsactiviteiten Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw Klussenbedrijf doen inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. In de CAO voor het Technisch Installatiebedrijf staat een verbod op concurrerende nevenactiviteiten opgenomen. Thans vordert werkgever dat werknemer stopt met het verrichten van concurrerende nevenactiviteiten. Tussen partijen is geen concurrentiebeding overeengekomen. De kantonrechter heeft de vordering van werkgever afgewezen, omdat de werkgever deze nevenwerkzaamheden lange tijd heeft gefaciliteerd en gedoogd.

Het hof oordeelt als volgt. Bij gebreke van een contractueel verbod is het verrichten van nevenwerkzaamheden in beginsel geoorloofd. Dit wordt evenwel anders indien daarmee de grenzen van goed werknemerschap worden overschreden, hetgeen zich voor kan doen als de werkzaamheden het functioneren als werknemer negatief beïnvloeden of wanneer deze de werkgever hinderen in zijn bedrijfsvoering, bijvoorbeeld doordat hem concurrentie wordt aangedaan. Het hof stelt voorop dat het bedrijfsmatig door middel van nevenwerkzaamheden beconcurreren van de eigen werkgever bezwaarlijk als goed werknemerschap kan worden gezien. Het hof onderschrijft bovendien het oordeel van de kantonrechter dat daarbij niet alleen naar de in concreto aan de werknemer opgedragen taken moeten worden gekeken, maar naar alle werkzaamheden die gelijksoortig zijn aan die welke door het bedrijf van de werkgever voor derden plegen te worden verricht. Dat werknemer met zijn klussenbedrijf in dezelfde regio opereert als werkgever, is niet in geschil. Gelet op de erkenning van werknemer dat hij naast onder andere tuinonderhoud en het leggen van vloeren ook installatiewerkzaamheden verricht, dient het er naar ’s hofs oordeel voorshands voor te worden gehouden dat hij zich met zijn nevenwerkzaamheden inderdaad op concurrerende wijze op het werkterrein van werkgever begeeft. Door een eigen bedrijf onder de noemer Klussenbedrijf op te richten en zich aldus openlijk als concurrent van werkgever te afficheren, heeft werknemer de bedoelde grens naar ’s hofs voorlopig oordeel overschreden. Daar komt in dit geval nog bij dat werknemer zijn klussenbedrijf deels uitoefent met in zijn hoedanigheid van werknemer van werkgever (voordelig) verkregen materialen, terwijl hij in ieder geval vanaf augustus 2010 moest begrijpen dat werkgever dit niet langer toestond. Het feit dat werkgever vergelijkbare activiteiten in het verleden heeft gedoogd en in zekere zin zelfs heeft gefaciliteerd, doet daar onvoldoende aan af. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat werkgever zich daarmee ook voor de toekomst heeft verbonden. Zij was vrij om erop terug te komen en daar bestond ook reden toe. Het feit dat werkgever het achterliggende motief (te weten: daar waar eertijds sprake was van een overschot aan opdrachten en een tekort aan monteurs, kampte werkgever als gevolg van de crisis intussen met te weinig werk, naar verhouding een teveel aan monteurs en met de noodzaak tot het terugdringen van kantoorkosten) niet expliciet aan haar werknemers heeft meegedeeld doet aan haar bevoegdheid om haar koers op dit punt te wijzigen niet af. Het gevorderde verbod wordt toegewezen.