Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 13 augustus 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:2516
Detailresult Productie BV/werknemer
Werknemer is sinds 1996 in dienst van Detailresult. Op 3 mei 2012 is hij, zonder behoud van bezoldiging, geschorst in verband met een klacht van een vrouwelijke collega over seksuele intimidatie door werknemer. De schorsing gold voor de duur van het vanwege voornoemde klacht door Detailresult ingestelde onderzoek (hierna: het interne onderzoek). Werknemer heeft tegen de schorsing geprotesteerd, ontkend wat hem werd verweten en zich beschikbaar gehouden voor zijn werkzaamheden. Op 8 mei 2012 heeft Detailresult werknemer gemeld dat het interne onderzoek was afgerond. Werknemer werd overgeplaats naar de door Detailresult geëxploiteerde slagerij, omdat hij het onderzoek zou hebben gefrustreerd door daarover met collega’s te spreken, met – aldus Detailresult – een onhoudbare werksituatie in de bakkerij als gevolg. Over (op basis van het interne onderzoek getrokken conclusies omtrent) de al dan niet gegrondheid van de tegen hem ingediende klacht heeft Detailresult zich tegenover werknemer niet uitgesproken. Werknemer heeft tegen de overplaatsing geprotesteerd en weersproken dat hij het onderzoek had gefrustreerd. Hij is onder protest in de slagerij gaan werken. Werknemer heeft vervolgens in kort geding terugplaatsing naar de bakkerij gevorderd. Dit kort geding heeft geen doorgang gevonden, omdat partijen overeenkwamen dat werknemer in afwachting van de uitkomst van een op de voet van de bakkers-cao te entameren onderzoek (hierna: het externe onderzoek) weer in de bakkerij kon werken. In een brief van 8 juni 2012 van de advocaat van Detailresult aan de raadsman van werknemer staat hierover: ‘Ten aanzien van de vraag in hoeverre de overplaatsing terecht is geschied en of uw cliënt recht heeft op betaling van toeslagen, bericht ik u dat cliënte instemt met uw voorstel om de kwestie voor te leggen aan de externe Klachtencommissie (ex artikel 13 CAO)’. De klachtencommissie heeft bij uitspraak van 6 november 2012 overwogen ‘tot de overtuiging (te zijn) gekomen dat mevrouw (…) een gegronde reden tot klagen had’ en heeft de klacht ‘daarom gegrond verklaard’. Detailresult heeft werknemer op 7 november 2012, onder verwijzing naar voornoemde uitspraak, op staande voet ontslagen en dit bij brief van 8 november 2012 bevestigd. Werknemer heeft de nietigheid van ontslag ingeroepen. In de onderhavige procedure vordert hij – kort gezegd – wedertewerkstelling en loondoorbetaling. De kantonrechter heeft die vorderingen toegewezen.
Het hof oordeelt als volgt. Een ontslag op staande voet dient onverwijld gegeven te worden. Werknemer heeft zich in deze procedure op het standpunt gesteld dat (naast dat geen sprake was van een dringende reden) aan deze voorwaarde niet is voldaan. Het hof volgt werknemer in die visie: Detailresult heeft werknemer op 3 mei 2012 geschorst en had haar eigen (interne) onderzoek op 8 mei 2012 afgerond, waarna zij werknemer – onvoorwaardelijk – heeft overgeplaatst naar de slagerij. Zij kan werknemer dan niet vanwege een uitspraak van de klachtencommissie (eerst) op 6 november 2012 op staande voet ontslaan op grond van een (vermeend) feitencomplex dat al begin mei 2012 speelde. Dat zou mogelijk anders zijn als Detailresult in het kader van (de onderhandelingen met betrekking tot) het intrekken door werknemer van het kort geding uitdrukkelijk en met succes zou hebben bedongen dat zij bij gegrondverklaring van de bewuste klacht door meerbedoelde klachtencommissie werknemer alsnog op staande voet zou kunnen ontslaan. Een dergelijke afspraak (die voor wat werknemer betreft ook allerminst voor de hand zou hebben gelegen) is gesteld noch gebleken.