Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werkneemster
Rechtbank Gelderland (Locatie Apeldoorn), 11 november 2013
ECLI:NL:RBGEL:2013:6163

werkgever/werkneemster

Werkneemster, werkzaam voor een juridische dienstverlener, dient zonder haar leidinggevende te informeren 412 WOB-verzoeken in bij (potentiële) klanten van werkgever. Hiermee wordt de indruk gewekt dat misbruik wordt gemaakt van de mogelijkheid een dwangsom te incasseren. Ontbinding wegens een dringende reden

Werkneemster is in 2007 in dienst getreden van werkgever, een dienstverlener voor onder meer juridische zaken. Werkneemster is als juridisch specialist werkzaam bij diverse klanten. Werkneemster heeft aan alle Nederlandse gemeenten en provincies per e-mail WOB-verzoeken ingediend (verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur). Nadat werkneemster een bericht heeft ontvangen van een consultant die schreef ervan overtuigd te zijn dat werkneemster misbruik maakt van de WOB en voornemens was de politie en haar werkgever in te schakelen, heeft werkneemster de WOB-verzoeken ingetrokken. De gemeente Ermelo heeft een intern onderzoek ingesteld naar oneigenlijk gebruik van WOB-aanvragen. Daarbij is men gestuit op het verzoek van X en heeft men achterhaald dat deze bedrijfsnaam staat geregistreerd op de naam van werkneemster. Thans verzoekt werkgever ontbinding wegens een dringende reden vanwege de aard en de omvang van de 412 door werkneemster ingediende WOB-verzoeken en de omvang van de schade die daarmee aan werkgever kan worden toegebracht. Werkneemster heeft door haar gedrag en het gebruik van X de gedragsregels van werkgever overtreden en gehandeld in strijd met haar arbeidsovereenkomst, waarin een verbod voor nevenwerkzaamheden is opgenomen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vaststaat dat werkneemster 412 WOB-verzoeken heeft gedaan bij (potentiële) klanten van werkgever. Het betreft een omvangrijk verzoek, dat bij ontvangst de indruk kan wekken dat het erop gericht is dat de beantwoording niet binnen de daarvoor geldende termijnen zal kunnen plaatsvinden en dus bedoeld is om misbruik te maken van de mogelijkheid een dwangsom te incasseren. Werkneemster heeft verklaard met haar actie slechts ideële doelstellingen na te streven. Niet valt echter in te zien waarom werkneemster dan in haar vraagstelling aan de gemeenten geen open kaart heeft gespeeld. Werkneemster had zich moeten realiseren dat haar verzoek in verband zou worden gebracht met werkgever en dat in een dergelijk verband een open onderzoeksvraag een heel andere indruk wekt dan de door haar gekozen werkwijze met een anonieme cliënt en een niet bestaande verzoeker. Nu de aard van het onderzoek en degenen bij wie werkneemster het onderzoek wilde uitzetten verband houden met haar werkzaamheden bij werkgever en betrekking heeft op (potentiële) klanten van werkgever, had het inderdaad op de weg van werkneemster gelegen haar leidinggevende hierover te informeren. Dit temeer omdat werkgever nu via de gemeente Ermelo heeft moeten vernemen waar werkneemster mee bezig was en bij die klant in een verkeerd daglicht is komen te staan. Een en ander heeft werkgever ook een opdracht gekost. Het gedrag van werkneemster had voor werkgever reden kunnen zijn voor het verlenen van een ontslag op staande voet. De arbeidsovereenkomst wordt wegens een dringende reden ontbonden.