Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 12 december 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:7105
Coöperatieve Rabobank Kromme Rijnstreek U.A./werkneemster
Werkneemster (42 jaar) is sinds 1989 in dienst getreden van (een rechtsvoorganger van) Rabobank. Vanaf 2009 is zij werkzaam in de functie Verkoop en Service Adviseur B. Rabobank verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Daaraan wordt primair ten grondslag gelegd dat werkneemster gedurende langere tijd disfunctioneert en het functioneren ondanks aansturing met korte lijnen aantoonbaar niet leidt tot verbetering van dat functioneren en subsidiair dat zij geen enkel vertrouwen meer heeft dat werkneemster aan de gestelde eisen kan voldoen. Werkneemster betwist het gestelde disfunctioneren. Het ontbindingsverzoek is volgens haar gebaseerd op valse, verzonnen en gemanipuleerde gronden.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verweer dat sprake is van een voorgewende reden wordt verworpen. Het beroep op de valse reden wordt gezien als betwisting van de grond voor ontbinding. Geoordeeld wordt dat de in 2011 genoemde kritiek aansluit op de eerder in 2009 en 2010 geformuleerde verbeterpunten, die erop neerkomen dat werkneemster op de commerciële onderdelen van haar functie minder presteert dan van een medewerker in die functie verwacht wordt. Voldoende is gebleken dat werkneemster in de periode van 2009 tot 2012 onvoldoende op niveau functioneerde, hoewel in 2010 sprake was van een verbetering in haar functioneren. Die verbetering heeft zich echter niet doorgezet in 2011. Dat Rabobank in 2012 een verbetertraject is gestart is begrijpelijk en zelfs verstandig. Uit de eindevaluatie van het verbetertraject volgt dat werkneemster niet aan de gestelde functie-eisen voldoet. Rabobank heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat werkneemster niet heeft voldaan aan de eisen die Rabobank redelijkerwijs aan de functievervulling door werkneemster mocht stellen, zodat het ontbindingsverzoek wordt toegewezen.
Aan werkneemster wordt een vergoeding toegekend met C=1. De wijze waarop werkneemster vanaf 2009 heeft gefunctioneerd valt veeleer in de risicosfeer van Rabobank. Rabobank heeft in haar verzoek veel waarde toegekend aan de demotie die werkneemster volgens haar in 2006 heeft gekregen als gevolg van disfunctioneren, waarbij Rabobank wijst op knelpunten die ook later in de beoordeling van het functioneren van werkneemster in haar functie van Verkoop en Service Adviseur B zijn genoemd. Waar Rabobank zo stellig aangeeft dat werkneemster al vóór het aanvaarden van haar huidige functie niet voldeed aan de functie-eisen van de huidige functie, had het voor de hand gelegen dat Rabobank haar niet (zonder meer) tot de huidige functie had moeten toelaten. Ook weegt mee dat Rabobank ten onrechte werkneemster – die zich een loyaal werkneemster had getoond met veel inzet voor Rabobank en ondanks het langdurig dienstverband – op 23 oktober 2013 op non-actief heeft gesteld. Een dergelijke houding past een goed werkgever niet.