Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 21 januari 2014
ECLI:NL:RBNNE:2014:279
werkneemster/X
Werkneemster is in dienst als ambulant objectleidster. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO schoonmaak- en glazenwassersbedrijf van toepassing. De schoonmaakactiviteiten op de locatie waar werkneemster werkzaam was, zijn per 1 april 2013 uitbesteed aan X. Werkgever heeft aan werkneemster kenbaar gemaakt dat zij door de uitbesteding boventallig is geworden. Na verkregen toestemming is de arbeidsovereenkomst door werkgever opgezegd. Centrale vraag in deze procedure is of sprake is van een overgang van onderneming, als gevolg waarvan werkneemster van rechtswege in dienst is van X.
De kantonrechter oordeelt als volgt. X zet niet alleen de betrokken activiteit voort – het schoonmaken – maar zij heeft ook een wezenlijk deel van het personeel die met deze taak belast waren overgenomen. Daarbij betreffen het, zoals door X aangegeven, deskundige werknemers die specialistisch werk in de zorg verrichten, niet de gewone schoonmaakwerkzaamheden. Geoordeeld wordt dat sprake is van een georganiseerd geheel van werknemers die speciaal en duurzaam met een gemeenschappelijke taak zijn belast. Er zijn geen andere productiefactoren, derhalve kan het als een economische eenheid worden aangemerkt. Dat er verschil in werkwijze zit door de manier van aansturing, zoals door X is aangevoerd, doet daar niets aan af. De dienstverlening en de feitelijke werkzaamheden – zijnde de kern van de activiteiten – blijven immers hetzelfde. Het feit dat X op grond van artikel 38 van de cao verplicht was de werknemers die op het moment van totstandkoming van de nieuwe exploitatieovereenkomst werkzaam waren als schoonmakers op het object over te nemen, doet er evenmin aan af dat sprake is van overgang van een economische eenheid (Hof van Justitie van de EG/EU, 24-01-2002, «JAR» 2002/47 (Temco)). Dat het ingevolge de cao niet verplicht is om objectleiders over te nemen, staat er niet aan in de weg om te toetsen of werkneemster van rechtswege op X is overgegaan. Geoordeeld wordt dat sprake is van overgang van onderneming met behoud van identiteit. De vordering om tewerk te worden gesteld als objectleidster op de locatie waar werkneemster voorheen werkzaam was, wordt afgewezen. De opdrachtgever heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van de diensten van werkneemster. X zal werkneemster daarom tewerk dienen te stellen in een andere passende functie.