Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Mezutec Drachten B.V.
Rechtbank Noord-Nederland, 11 februari 2014
ECLI:NL:RBNNE:2014:588

werknemer/Mezutec Drachten B.V.

Hoewel aannemelijk is dat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken, leent kort geding zich niet voor een declaratoire of constitutieve beslissing. Werknemer niet ontvankelijk in vordering het beding nietig te verklaren, te vernietigen of te matigen. Belangenafweging in voordeel werkgever.

Werknemer is in 2007 in dienst getreden van Mezutec, een onderneming die gespecialiseerd is op het gebied van bronwaterzuiveringssystemen. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. In 2008 is de arbeidsovereenkomst omgezet naar onbepaalde tijd. Per 1 oktober 2012 is werknemer werkzaam als salesmanager. De arbeidsovereenkomst is per 5 december 2013 ontbonden onder toekenning van een vergoeding aan werknemer. Werknemer kan als hoofd verkoop bij Remon, een concurrent van Mezutec, in dienst treden. Werknemer stelt primair dat overeengekomen concurrentiebeding niet meer geldend is, nu dat noch bij de omzetting van de arbeidsovereenkomst in onbepaalde tijd, noch bij de functiewijziging, opnieuw is overeengekomen. Hij stelt dat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken. Werknemer heeft, zo stelt hij voorts, belang bij duidelijkheid over de vraag of het beding nog geldig is en vordert, voor het geval het concurrentiebeding nog wel geldend is, het beding nietig te verklaren, te vernietigen of te matigen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het concurrentiebeding hoefde bij de omzetting naar onbepaalde tijd niet opnieuw te worden overeengekomen, omdat werknemer dezelfde functie is blijven uitoefenen. Wel is voldoende aannemelijk gemaakt dat het concurrentiebeding met de wijzing van de functie in die van sales manager is gewijzigd en dat het concurrentiebeding door deze functiewijziging onredelijk zwaarder op hem is gaan drukken. Naar voorlopig oordeel is evident dat bij een functiewijziging van een uitvoerende functie naar een commerciƫle functie, waarbij de contacten met relaties in essentie wijzigen, het concurrentiebeding zwaarder gaat drukken. De functiewijziging was niet redelijkerwijs te voorzien bij indiensttreding. De aard van de onderhavige procedure leent zich echter niet voor het geven van een declaratoire of constitutieve beslissing. Werknemer wordt in zijn primaire vordering, strekkende tot een verklaring voor recht dat het concurrentiebeding niet meer geldig is, danwel het beding nietig te verklaren, te vernietigen of te matigen, niet-ontvankelijk verklaard.

Naar het voorlopig oordeel dient het belang van Mezutec bij bescherming van haar bedrijfsdebiet te prevaleren bij het belang van werknemer om in dienst te treden bij de grootste concurrent van Mezutec. Werknemer kan de bij Mezutec in zijn functie van sales mananger opgedane kennis en ervaring direct danwel indirect aanwenden in zijn nieuwe functie als hoofd verkoop bij Remon. Werknemer heeft (uiteraard) belang bij het verwerven van inkomen en bij participatie aan het arbeidsproces. Dat het voor hem echter niet mogelijk is om werkzaam te zijn en in zijn inkomen te voorzien anders dan door indiensttreding bij de (grootste) concurrent van Mezutec in een vergelijkbare functie, heeft werknemer geenszins aannemelijk gemaakt.