Naar boven ↑

Rechtspraak

X/Y
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 27 februari 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:867

X/Y

Voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst au pair wegens vertrouwensbreuk. Geschil over al dan niet bestaan van een arbeidsovereenkomst. Vanwege de emotionele lading, die beide partijen parten speelt, wordt geen vergoeding toegekend.

Y is sinds 1 oktober 2008 bij X werkzaam als au pair. Zij is bij X geplaatst na bemiddeling door Au Pair Worldwide. Y ontving naast kost en inwoning € 340 en vanaf 1 januari € 375 per maand en een overurenvergoeding van € 4,50 per uur. Nadat X in februari terugkwam van vakantie, bleek Y het huis verlaten te hebben en haar kamer volledig te hebben ontruimd. Y stelt dat zij werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst en heeft onder andere betaling van het minimumloon en vakantiegeld van X gevorderd. Y heeft zich ziek gemeld. De voorzieningenrechter heeft de vordering tot betaling van het minimumloon toegewezen (zie AR 2013-0765). Thans verzoekt X voorwaardelijke ontbinding. Dit voorwaardelijke karakter van de verzochte ontbinding houdt verband met de betwisting door X dat de verhouding tussen hem en Y als een arbeidsovereenkomst gekwalificeerd moet worden en met het feit dat Y vanaf 22 februari 2013 eenzijdig de au-pairrelatie heeft beëindigd. Aan het verzoek wordt ten grondslag gelegd dat door het plotselinge vertrek van Y, haar disproportionele eis en de incriminerende brief van haar gemachtigde sprake is van een vertrouwensbreuk. Y beroept zich op (de reflexwerking van) het opzegverbod tijdens ziekte.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Van verband met het opzegverbod tijdens ziekte is geen sprake. Y heeft de vertrouwensbreuk niet betwist. Er sprake is van een fundamentele vertrouwensbreuk die zowel voortzetting van de arbeidsovereenkomst als de aanvang van een op terugkeer gericht re-integratieproces illusoir en bij voorbaat kansloos maakt. Onder deze omstandigheden komt aan het opzegverbod geen werking toe. Vanwege de onherstelbare vertrouwensbreuk wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Inmiddels loopt er een bodemprocedure over de vraag of de verhouding tussen partijen gekwalificeerd dient te worden als een arbeidsovereenkomst en de uit die kwalificatie voortvloeiende rechtsgevolgen. In het kader van deze procedure zal niet op die beoordeling vooruitgelopen worden. Ten aanzien van de intenties van X is gebleken dat hij Y als een volwaardig en vrijwillig lid van zijn gezin beschouwde en dat Y van mening is dat X op een voor haar schadelijke wijze misbruik van haar heeft gemaakt. Dit verschil in perceptie, na vier jaar van samenwerken, is tekenend voor de zware emotionele lading die het geschil voor beide partijen heeft. Vanwege deze emotionele lading, die beide partijen parten speelt, is de vaststelling van een vergoeding niet passend. Onder de bijzondere omstandigheden van dit geval, brengt een neutrale beoordeling naar billijkheid van de zaak met zich dat van de vaststelling van een vergoeding wordt afgezien.