Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Vereniging tot het verstrekken van basisonderwijs op reformatorische grondslag te Kootwijkerbroek
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 24 april 2014
ECLI:NL:RBGEL:2014:3830

werknemer/Vereniging tot het verstrekken van basisonderwijs op reformatorische grondslag te Kootwijkerbroek

Directeur basisschool heeft na toewijzing ontbindingsverzoek geen belang meer bij vordering tot wedertewerkstelling.

Werknemer is sinds 1 augustus 2005 in dienst als directeur van de door de Vereniging geƫxploiteerde basisschool te Kootwijkerbroek. Werknemer geeft leiding aan een zogeheten managementteam (hierna: MT). In november 2013 hebben leden van het MT bij leden van het bestuur van de Vereniging geklaagd over al te intieme omgang door een MT-lid met een vrouwelijke leerkracht. Naar aanleiding hiervan heeft de Vereniging een extern onderzoeksbureau een onderzoek laten uitvoeren. Op basis van de bevindingen van dat onderzoek zijn er vervolgonderzoeken ingesteld waaruit naar voren is gekomen dat de verhoudingen binnen het MT ernstig zijn verstoord en dat de directeur niet meer de positie heeft om dit te herstellen. Op 25 januari 2014 heeft de Vereniging de resultaten van de onderzoeken besproken met de directeur en hem medegedeeld dat hij na dit schooljaar moet stoppen als directeur van de school. Sinds 27 januari 2014 heeft werknemer (als directeur) geen werkzaamheden meer voor de Vereniging/de school verricht. Op 6 maart 2014 is werknemer geschorst. Werknemer vordert wedertewerkstelling.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Bij beschikking van heden, is de arbeidsovereenkomst ontbonden (zie AR 2014-0379). Werknemer heeft geen (rechtens relevant) belang bij zijn vordering tot wedertewerkstelling. Werknemer vordert ten tweede dat de Vereniging zal moeten verklaren dat hij ten onrechte is vrijgesteld van arbeid/op non actief is gesteld/is geschorst. Nu de vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen en de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, is de voorzieningenrechter vooralsnog van oordeel dat werknemer onvoldoende (spoedeisend) belang heeft bij een dergelijke verklaring van de Vereniging. Daarom kan in het midden blijven de vraag of hij inderdaad ten onrechte is geschorst/op non-actief is gesteld. Volgt afwijzing van de vorderingen.