Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 25 maart 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:977
werknemer/Endian Solutions BV
Werknemer en X kennen elkaar al langere tijd bij een eerdere werkgever. Volgens Endian hebben zij op 11 oktober 2011 (tijdens dat dienstverband) besloten een eigen onderneming te starten in de fabricage en verkoop van ERP-software, welke onderneming – verwijzend naar genoemde datum, zijnde een binaire getallenreeks (11-10-11) – ‘Endian Solutions’ zou heten. Werknemer heeft daartoe, aldus Endian, in oktober 2011 een aantal domeinnamen met het element ‘Endian’ daarin doen registreren en in januari 2012 een aantal domeinnamen met het element ‘erp’ of ‘ERP’ erin. Werknemer is later bij wijze van proefplaatsing door UWV in dienst getreden van Endian. Het betrof hier een bijzondere verhouding tussen partijen, omdat werknemer in feite een van de mede-oprichters was. Uiteindelijk is hij op staande voet ontslagen wegens het niet willen afgeven van inloggegevens voor domeinnamen, met als gevolg dat een aantal klanten bij Endian is weggegaan.
Het hof oordeelt als volgt. Het ontslag op staande voet is werknemer gegeven omdat hij, ondanks herhaald verzoek dat te doen, heeft geweigerd inloggegevens te verschaffen met betrekking tot het domein Endianhosting.nl, alsook de domeinen van een aantal klanten van Endian (die werden ‘gehost’ via Endianhosting.nl). Volgens werknemer hoefde hij die inloggegevens niet te verstrekken, omdat – kort gezegd – niet Endian of X eigenaar van die domeinnamen was, maar hijzelf. Dat de bodemrechter werknemer zal volgen in deze redenering acht het hof (ook al zou komen vast te staan dat inderdaad werknemer de eigenaar van de bewuste domeinnamen is, althans destijds was), tegen de gegeven achtergrond, zodanig ongewis dat de vorderingen gebaseerd op de stelling dat het hem gegeven ontslag nietig is moeten stranden. Uit die achtergrond kan immers worden opgemaakt dat de bewuste domeinnamen ten behoeve van Endian en de door haar te drijven onderneming geregistreerd waren. Het feit dat werknemer uit hoofde van bedoelde registraties mogelijk nog bedragen van Endian of X te vorderen had, betekent – naar voorlopig oordeel van het hof – niet dat het hem vrijstond te weigeren bedoelde gegevens aan Endian te verschaffen, te minder waar het voor hem duidelijk moest zijn dat hij Endian daarmee hoogst waarschijnlijk schade zou berokkenen in haar bedrijfsuitoefening. Dat Endian door de handelwijze van werknemer inderdaad schade heeft geleden (o.m. als gevolg van het verlies van een aantal klanten) heeft zij voldoende aannemelijk gemaakt. Het beroep op artikel 7:618 BW faalt, nu Endian mailwisseling kan tonen waaruit een loonbedrag blijkt.