Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 19 augustus 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:6500
werkgever/werknemers
Werkgever is leverancier en importeur van sanitairtechnische producten in de Benelux. Hij onderhoudt exclusieve distributierelaties met een aantal buitenlandse fabrikanten van verschillende sanitairtechnische producten, waaronder bedrijf A. Met bedrijf A is een exclusieve distributieovereenkomst overeengekomen, waarmee de zogenoemde Rada-lijn wordt geïmporteerd. Daartoe heeft werkgever een concurrentiebeding gesloten met bedrijf A, inhoudende dat hij – werkgever – geen concurrerende producten zal verhandelen. In oktober 2008 nemen twee sleutelfiguren binnen het bedrijf van de werkgever ontslag en treden in dienst van bedrijf A. Op hun arbeidsovereenkomsten zijn geen concurrentiebedingen of geheimhoudingsbedingen van toepassing. Werkgever ontwikkelt samen met Y vanaf 2006 het in de ogen van bedrijf A concurrerende product M-Guard. Bedrijf A zegt begin 2008 de distributieovereenkomst met werkgever op. Werkgever vordert thans schadevergoeding van onder meer zijn twee werknemers op grond van artikel 6:162 BW. Volgens werkgever hebben werknemers informatie aan A doorgegeven, waardoor wantrouwen is ontstaan die uiteindelijk tot opzegging van de overeenkomst heeft geleid.
Het hof oordeelt als volgt. De beëindiging van de distributieovereenkomst kan niet aan werknemers worden toegerekend. Het feit dat werkgever ruim twee jaar aan een concurrerend product werkzaam was en bedrijf A werkgever nota bene om opheldering vroeg maar werkgever dit achterwege heeft gelaten, leidt tot de conclusie dat onvoldoende vaststaat dat de breuk door werknemers komt.