Naar boven ↑

Rechtspraak

Dental Union B.V./Dentalair Product Nederland B.V. c.s.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 19 september 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:4171

Dental Union B.V./Dentalair Product Nederland B.V. c.s.

Overtreding relatie-, concurrentie- en geheimhoudingsbeding door voormalig werknemers? Geen onrechtmatig handelen door nieuwe werkgever. Belangen voormalig werkgever bij handhaving concurrentiebeding wegen zwaarder dan belangen werknemer.

Werknemers X en Y zijn als vestigingsmanager en commercieel medewerker buitendienst in dienst geweest van Dental Union, een onderneming op het gebied van de in- en verkoop van tandheelkundige en tandtechnische gebruiks- en verbruiksmaterialen, producten, apparatuur en instrumenten en alle voorwerpen ten dienste van de tandheelkunde en tandtechniek. De bedrijfsactiviteiten van Dentalair bestaan uit de groothandel in en de reparatie van tandtechnische en medische artikelen en -apparaten, alsmede verhuur van vervangende apparatuur. X is per 1 februari 2014 als verkoopmedewerker in dienst van Dentalair getreden. Y is per 1 juni 2014 in dienst getreden bij Dentalair dan wel Dentalbouw (een zustervennootschap van Dentalair). Kern van het geschil betreft de vraag of X en Y het relatie-, concurrentie- en geheimhoudingsbeding (voor zover van toepassing) overtreden en of Dentalair en Dentalbouw onrechtmatig handelen jegens Dental Union.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Ten aanzien van X legt Dental Union ten aanzien van het relatiebeding aan haar vorderingen het in de beëindigingsovereenkomst opgenomen en uit de arbeidsovereenkomst overgenomen relatiebeding ten grondslag. De kern van het geschil tussen partijen op dit punt betreft de uitleg en reikwijdte van het relatiebeding, oftewel van de daarin opgenomen omschrijving ‘direct of indirect aan klanten (…) op welke wijze dan ook producten en/of diensten aan te bieden en/of te leveren, die gelijk of gelijksoortig zijn aan producten en/of diensten van Dental Union’. Het gaat hier om de uitleg van een geschrift waarin de verhouding tussen partijen is geregeld. Voor deze uitleg wordt de Haviltex-norm toegepast. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan Dental Union in dit kort geding niet worden gevolgd in haar stelling dat partijen met het relatiebeding (ook) hebben bedoeld ieder (zakelijk) contact tussen X en klanten van Dental Union, ongeacht het doel en resultaat daarvan, uit te sluiten. Dat aan het beding deze verdergaande strekking moet worden toegekend, is op grond van hetgeen partijen in dit kort geding over en weer hebben gesteld en in het licht van de – ten opzichte van de arbeidsovereenkomst niet gewijzigde – bewoordingen van het relatiebeding in de beëindigingsovereenkomst onvoldoende aannemelijk geworden. Deze uitlegvraag zal in een eventuele bodemprocedure opnieuw aan de orde kunnen komen. Voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat X wordt geacht aan De Drietand, zijnde een klant van Dental Union voor wie X tijdens zijn dienstverband bij Dental Union heeft gewerkt, producten en/of diensten gelijk of gelijksoortig aan producten en/of diensten van Dental Union te hebben aangeboden en daarmee dus het relatiebeding te hebben overtreden. Ten aanzien van het geheimhoudingsbeding wordt geoordeeld dat Dental Union niet aannemelijk heeft gemaakt dat X op enig moment in strijd met een op hem rustende geheimhoudingsplicht vertrouwelijke gegevens van Dental Union aan De Drietand dan wel aan Dentalair heeft verstrekt. Het gevorderde voorschot op verbeurde boetes dan wel schadevergoeding wordt afgewezen. X wordt veroordeeld tot nakoming van het relatiebeding.

Ten aanzien van schending van het concurrentiebeding door Y wordt geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is dat Y het concurrentiebeding heeft overtreden, zodat het beroep van Y op ‘zwaarder drukken’ niet wordt beoordeeld. Niet betwist is dat de bedrijfsactiviteiten van Dentalbouw geen werkzaamheden betreffen die gelijk aan of vergelijkbaar zijn met de door Y voor Dental Union verrichte werkzaamheden. Voorts leidt het enkele feit dat Dentalair en Dentalbouw zustervennootschappen zijn, nog niet tot betrokkenheid van werknemers van Dentalbouw bij werkzaamheden die binnen Dentalair worden verricht en die gelijk aan of vergelijkbaar zijn met de door Y voor Dental Union verrichte werkzaamheden. Dat Y, in dienst zijnde van Dentalbouw, tot op heden feitelijk voor Dentalair dergelijke werkzaamheden heeft verricht, is niet aannemelijk geworden. Voorts wordt geoordeeld dat Y het geheimhoudingsbeding niet heeft overtreden en wordt de gevorderde boete/schadevergoeding afgewezen. Ook is niet aannemelijk geworden dat Dentalair en Dentalbouw onrechtmatig jegens Dental Union hebben  gehandeld.

In een andere zaak vordert Y schorsing van het concurrentiebeding, omdat hij op korte termijn voor Dentalair werkzaamheden wil gaan verrichten. Het beroep op het ‘zwaarder drukken’ van het concurrentiebeding faalt. Vaststaat dat er sprake is van een functiewijziging, maar dat is niet voldoende. Y heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze functiewijziging als ingrijpend en niet voorzienbaar moet worden gekwalificeerd. De belangenafweging valt in het nadeel van Y uit. Y heeft niet toegelicht dat en hoe zijn arbeidspositie met de beoogde overstap naar Dentalair ten opzichte van zijn positie bij Dental Union zal worden verbeterd en dat hij binnen Dental Union geen verdere mogelijkheden tot positieverbetering had. Voorts is onvoldoende aannemelijk dat er voor Y  buiten Dentalair geen mogelijkheden zijn om een passende functie te vinden.