Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 5 augustus 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:3155
TUI Nederland N.V./werknemer
(Vervolg tussenarrest, AR 2014-1035.) Bij het tussenarrest is TUI toegelaten bewijs te leveren van haar stelling dat werknemer FCN in het gesprek van 28 augustus 2009 bewust onjuist heeft voorgelicht door FCN in strijd met de waarheid mee te delen dat Z hem in 2001 toestemming heeft gegeven de kosten van met werkzaamheden gecombineerde gezinsreizen voor rekening van FCN te laten komen.
Het hof oordeelt dat op basis van de afgelegde verklaringen is komen vast te staan dat Z in 2001 niet (expliciet) toestemming aan werknemer heeft gegeven om de kosten van met werkzaamheden gecombineerde gezinsreizen voor rekening van FCN te laten komen. Het moet gelet op een en ander voor rekening van werknemer blijven dat hij, zoals hij heeft verklaard, ervan uitging dat de kosten van de gezinsreizen ook na de overname voor rekening van het bedrijf konden worden gebracht. Dat ligt immers niet voor de hand nu het hierbij niet om zakelijke kosten gaat en het niet gebruikelijk is privékosten op een onderneming af te wentelen. Het hof acht gelet op een en ander bewezen dat werknemer FCN in het gesprek van 28 augustus 2009 bewust onjuist heeft voorgelicht door FCN in strijd met de waarheid mee te delen dat Z hem in 2001 wel een dergelijke toestemming heeft gegeven. Daarmee staat vast, zie het tussenarrest, dat TUI een dringende reden heeft gehad om werknemer te ontslaan. Nu TUI werknemer heeft ontslagen op grond van een onverwijld aangezegde dringende reden is het ontslag niet kennelijk onredelijk. Het bestreden vonnis wordt vernietigd. TUI heeft gevorderd werknemer te veroordelen tot betaling van de kosten van de gezinsreizen. Het hof stelt de verschuldigde kosten in redelijkheid vast op de helft van de totale door TUI opgevoerde kosten omdat immers twee van de vier gezinsleden tijdens de vakanties werkzaamheden voor TUI hebben verricht. Dit resulteert in een aan TUI toe te wijzen bedrag van € 13.234,10.