Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werkneemster
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 27 januari 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:203

werkgever/werkneemster

Ontslag 54-jarige werkneemster na 26 dienstjaren kennelijk onredelijk wegens onvoldoende inspanningen de werkneemster te herplaatsen binnen de organisatie. Vergoeding € 26.970.

Werkneemster is sinds 1984 in dienst bij de (rechtsvoorgangers van) werkgever, Multi Electro (een eenmanszaak). Werkgever heeft drie winkels, twee in Amsterdam en één in Weesp. De arbeidsovereenkomst van werkneemster is wegens bedrijfseconomische redenen met toestemming van het UWV opgezegd tegen 1 augustus 2010. Volgens werkneemster is sprake van een kennelijk onredelijk ontslag. Uit dien hoofde vorderde zij in eerste aanleg van Multi Electro en haar vennoten betaling van een schadevergoeding van € 26.970,55 bruto en daarnaast een vergoeding voor outplacement van € 15.000 netto. Tevens vorderde zij een bedrag van € 1.361,45 bruto ter zake van dertiende maand (met wettelijke verhoging en wettelijke rente). De kantonrechter heeft deze vorderingen toegewezen, met dien verstande dat voor outplacement een vergoeding van € 5.000 werd toegekend en de wettelijke verhoging op 25% werd bepaald. Werkgever en werkneemster zijn van dit vonnis in hoger beroep gekomen. Werkneemster vordert een hoger bedrag aan schadevergoeding. Werkgever stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een kennelijk onredelijke opzegging.

Het hof oordeelt als volgt. Werkneemster was 26 jaar werkzaam voor werkgever en had de leeftijd van 54 jaar. Kort na het ontslag van werkneemster heeft werkgever per 1 september 2010 een nieuwe medewerker aangetrokken die (in ieder geval deels) de werkzaamheden van werkneemster verricht. Voorts blijkt dat de administratieve werkzaamheden van een andere collega die met prepensioen ging, door werkneemster vervuld hadden kunnen worden. Nu ten tijde van het ontslag van werkneemster al bekend was dat deze collega zou gaan vertrekken, had een zorgvuldig werkgever moeten bezien of werkneemster niet althans voor een deel van haar werktijd de werkzaamheden van deze collega had kunnen overnemen. Voor de (zeker in het licht van de duur van het diensverband van werkneemster niet al te lange) periode tussen 1 augustus en 31 december 2010 had dan een oplossing gezocht moeten worden. Het voorgaande maakt de opzegging kennelijk onredelijk op grond van het gevolgencriterium. De vergoedingen zoals toegekend door de kantonrechter blijven gehandhaafd.