Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 29 oktober 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:5097
Groningen Airport Eelde N.V./werknemer
Werknemer is sinds 14 juli 1997 in dienst van Groningen Airport Eelde. Hij is laatstelijk werkzaam in de functie van medewerker in algemene dienst, afdeling Brandweer. De functie waarin werknemer werkzaam is, is een zogenaamde vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 11a lid 2 van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart jo. de Wet veiligheidsonderzoeken waarvoor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) een verklaring van geen bezwaar moet afgeven. Voor werknemer is (in het verleden) een dergelijke verklaring afgegeven. Op 16 december 2014 is werknemer door de marechaussee op de luchthaven van Groningen Airport Eelde staande gehouden en voor verhoor meegenomen. Hij werd ervan verdacht dat hij als lid van de vrijwillige brandweer van de gemeente Hoogezand-Sappemeer op kosten van die gemeente voor een bedrag van tussen de € 7.500 en € 10.000 voor privédoeleinden had getankt. Werknemer is voor genoemd vergrijp inmiddels strafrechtelijk vervolgd, wat op 20 maart 2015 heeft geleid tot een veroordeling (een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf). Op 5 augustus 2015 ontving Groningen Airport Eelde van het Hoofd Veiligheidsonderzoeken van de AIVD een brief waarin, zakelijk weergegeven, staat vermeld dat de verklaring van geen bezwaar wordt ingetrokken en dat werknemer binnen acht weken uit zijn vertrouwensfunctie dient te worden ontheven. Groningen Airport Eelde verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW jo. artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW ((ernstig) verwijtbaar handelen en nalaten).
De kantonrechter oordeelt als volgt. Primair stelt Groningen Airport Eelde zich op het standpunt dat werknemer (ernstig) verwijtbaar heeft gehandeld door de brandweer van Hoogezand-Sappemeer op te lichten met als gevolg dat de AIVD zich genoodzaakt zag om de verklaring van geen bezwaar in te trekken. De kantonrechter deelt dit standpunt. Weliswaar heeft de gedraging niet bij Groningen Airport Eelde maar bij de vrijwillige brandweer van de gemeente Hoogezand-Sappemeer plaatsgevonden, maar doordat deze gedraging heeft geleid tot het intrekken van de voor het werk bij Groningen Airport Eelde benodigde verklaring van geen bezwaar, heeft de gedraging van werknemer ook feitelijk een grote (negatieve) invloed op de arbeidsovereenkomst tussen partijen in die zin dat werknemer zonder een dergelijke verklaring - krachtens wet en de toepasselijke cao - zijn werkzaamheden niet meer kan uitoefenen. Ook jegens Groningen Airport Eelde kan werknemer daarom een ernstig verwijt worden gemaakt van zijn strafbaar (en inmiddels strafrechtelijk bestraft) handelen als brandweerman bij de gemeente Hoogezand-Sappemeer. De stelling van werknemer dat Groningen Airport Eelde hem begin januari 2015 te kennen heeft gegeven dat hij bij Groningen Airport Eelde kan blijven werken en dat de omstandigheid dat de verklaring omtrent geen bezwaar daarna is ingetrokken geen reden kan zijn voor beëindiging van het dienstverband, snijdt naar het oordeel van de kantonrechter geen hout. In de brief van 7 januari 2015, die werknemer voor akkoord heeft ondertekend, staat namelijk klip en klaar dat als de luchthavenpas van werknemer moet worden ingetrokken als gevolg van een negatief (afgifte)advies van de AIVD, Groningen Airport Eelde alsnog zal overgaan tot ontslag wegens dringende reden. Nu de verklaring omtrent geen bezwaar en de luchthavenpas inmiddels zijn ingetrokken, is de situatie die op 7 januari 2015 klaarblijkelijk al werd voorzien bewaarheid geworden en kan Groningen Airport Eelde het verwijt aan het adres van werknemer (alsnog) aan het verzoek ten grondslag leggen. Het ontbindingsverzoek wordt op de primaire grondslag toegewezen. Met toepassing van artikel 7:671b lid 8 onderdeel b BW wordt de ontbindingsdatum bepaald op 1 november 2015.