Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemers en FNV Bondgenoten/BBA Tours BV
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 3 november 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:4419

werknemers en FNV Bondgenoten/BBA Tours BV

Uitleg CAO Besloten Busvervoer: shuttlevervoer of groepsvervoer. Vaststellingsovereenkomst vormt geen ‘toelichting bij cao’.

(Vervolg op AR 2015-0497.) Kern van het geschil is de vraag of het vervoer van vliegveld Weeze naar Amsterdam v.v. moet worden aangemerkt als vervoer in de zin van artikel 21 onderdeel B van de cao 2006 (toerwagenritten/ongeregeld vervoer/pendelvervoer) dan wel als vervoer in de zin van artikel 21 onderdeel C van die cao (groepsvervoer). Appellanten leunen in hun interpretatie sterk op de vaststellingsovereenkomst van 17 januari 2008 als gesloten tussen FNV Bondgenoten enerzijds en BBA anderzijds en zij stellen daartoe dat ook het shuttlevervoer tussen Eindhoven Airport en Amsterdam (Schiphol), welk vervoer onderwerp was van de vaststellingsovereenkomst, wordt verloond op grond van het bepaalde in artikel 21 onderdeel C van de cao 2006 (dus groepsvervoer). Volgens BBA is het vervoer van vliegveld Weeze/Amsterdam (Schiphol) anders ingericht en kent het een internationaal aspect.

Het hof oordeelt als volgt. Op grond van de thans voorhanden informatie is het hof van oordeel dat die vaststellingsovereenkomst geen, althans onvoldoende basis biedt voor de beoordeling van de vraag of het onderhavige vervoer moet worden aangemerkt als toerwagenritten/ongeregeld vervoer/pendelvervoer of als groepsvervoer. In de eerste plaats is daartoe van belang dat die vaststellingsovereenkomst niet is gesloten tussen de partijen die de cao zijn overeengekomen (FNV Bondgenoten wel, maar BBA niet) en daarmee dus niet de status heeft van een toelichting op de cao. In de tweede plaats acht het hof van belang dat uit hetgeen thans aan feitelijke toelichting is gegeven op het vervoer, eerder erop duidt dat ook Eindhoven/Amsterdam is te beschouwen als pendelvervoer (dus in afwijking van hetgeen partijen in de vaststellingsovereenkomst zijn overeengekomen), dan dat Weeze/Amsterdam moet worden gezien als groepsvervoer. Het gaat (ook bij Eindhoven/Amsterdam) immers om vervoer van vooraf in groepen samengebrachte reizigers (de vliegtuigpassagiers) van dezelfde plaats van vertrek (Eindhoven/Weeze) naar dezelfde plaats van bestemming (Amsterdam) door verscheidene heen- en terugreizen. De verschillen tussen Eindhoven/Amsterdam en Weeze/Amsterdam hebben betrekking op het volgens een dienst/rooster rijden, het al dan niet wachten op vertraagde vluchten, en het al dan niet afgelasten van ritten met/zonder compensatie als gevolg van vertraagde vluchten. Het hof acht die verschillen niet heel groot. In de kern komt het erop neer dat voor beide reizen geldt dat wel degelijk volgens een rooster wordt gereden. Hetgeen in de definitie wordt vermeld over ‘in groepen samengebrachte reizigers’ is niet hetzelfde als ‘groepsvervoer’ in de zin van artikel 21 onderdeel C van de cao 2006. Dat blijkt uit de definitie van groepsvervoer (art. 2 onderdeel k cao 2006). De reizigers waar het hier om gaat - vliegtuigpassagiers - behoren niet tot een ‘beperkte groep personen’. Deze reizigers hebben steeds een andere samenstelling (en wellicht ook van omvang), zij behoren niet tot een groep, zij worden tot groep samengebracht, afhankelijk van de vlucht. Het hof acht verder van wezenlijk belang dat het vervoer Weeze/Amsterdam een internationaal karakter heeft, hetgeen in de cao uitdrukkelijk wordt genoemd in de definitie van pendelvervoer.