Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemers die voor de overgang van onderneming opzeggen, geven daarmee - indien de werkgever niet aan zijn informatieverplichting heeft voldaan - aan niet mee over te willen gaan. Overgang van geheimhoudingsbedingen.

Stas oud dreef een onderneming op het gebied van de productie van en handel in transportrollen en lagers en aanverwante producten in de markt voor transport- en aandrijftechniek. Bij koopovereenkomst van 9 april 2010 heeft een activa/passiva-transactie plaatsgevonden waarbij Stas oud als verkoper aan Stas als koper onder meer machines en installaties, inventarissen en vervoersmiddelen, voorraden inclusief onderhanden werk, alle arbeidsovereenkomsten van de personeelsleden, intellectuele eigendommen zijnde de handelsnaam Stas, lopende contracten met klanten, vertegenwoordigingen, de orderportefeuille en het klantenbestand heeft verkocht. Bij overeenkomst van 1 mei 2010 is er per die datum aan Stas geleverd. Werknemers bij Stas oud hadden geheimhoudingsbedingen in hun arbeidsovereenkomsten. Werknemers hebben per 15 en 16 april 2010 hun arbeidsovereenkomsten opgezegd (einde per 1 juni 2010). Stas oud heeft ze op de geheimhoudingsbedingen gewezen. Werknemers zijn in dienst getreden van Repa. Volgens Stas (nieuw) hebben werknemers hun geheimhoudingsbedingen overtreden. Partijen verschillen van mening over de vraag of werknemers (en hun geheimhoudingsbedingen) zijn overgegaan of dat werknemers door hun opzegging juist niet mee zijn overgegaan.

Het hof oordeelt als volgt. Een werkgever dient de eigen werknemers die betrokken zijn bij een overgang van onderneming tijdig in kennis te stellen van het voorgenomen besluit tot overgang, de voorgenomen datum van de overgang, de reden van de overgang, de onder meer juridische gevolgen van de overgang voor hen en de ten aanzien van hen overwogen maatregelen. Indien deze informatieplicht juist en volledig is nagekomen gaan de werknemers die vervolgens niet ondubbelzinnig hebben geweigerd mee over te gaan naar de verkrijger, naar deze over, met alle rechten en verplichtingen uit hoofde van de voor hun geldende arbeidsovereenkomst. Indien een werknemer de arbeidsovereenkomst niet uit vrije wil voortzet, maar ondubbelzinnig weigert mee over te gaan naar de verkrijger, eindigt de arbeidsovereenkomst van deze werknemer van rechtswege op de dag van overgang. Indien uit de opzegging van de arbeidsovereenkomst blijkt dat de werknemer de bedoeling heeft niet bij de overnemende partij in dienst te treden, behoort de overdrager te onderzoeken of het de wens van de werknemer is dat de arbeidsovereenkomst per datum overgang eindigt. Gesteld noch gebleken is dat Stas oud aan vorenomschreven inlichtingen- en onderzoeksplicht heeft voldaan. Werknemers hebben aangevoerd dat zij hun arbeidsovereenkomst met Stas oud hebben opgezegd omdat zij niet mee wilden overgaan naar Stas, dat zij meenden gebonden te zijn aan de hen meegedeelde opzegtermijn van Stas oud, dat zij om die reden na hun opzegging hebben doorgewerkt. De vraag is dan ook of de rechten en verplichtingen van Stas oud uit de ten tijde van de overgang bestaande arbeidsovereenkomsten met A en B met Stas zijn overgegaan. Echter, het antwoord op die vraag kan in het midden blijven. Immers, indien al zou moeten worden aangenomen dat A en B per 1 mei 2010 bij Stas in dienst zijn gekomen omdat zij (kort) voor Stas hebben gewerkt en de eindafrekening ter zake hun salaris van Stas hebben ontvangen en behouden, dan brengen voormelde omstandigheden in elk geval mee dat een beroep van Stas op de desbetreffende geheimhoudingsbedingen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, mede omdat de tekortkomingen in inlichtingen- en onderzoeksplicht van de zijde van Stas oud dan met de overgang van onderneming zouden zijn overgegaan op Stas. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat werknemers geen onrechtmatige concurrentie hebben gepleegd.