Rechtspraak
X/Y
In deze zaak heeft het hof op 24 februari 2015 een tussenarrest uitgesproken. Bij dit tussenarrest heeft het hof bepaald dat een getuigenverhoor zal plaatshebben. Dit is vervolgens vastgesteld op 23 juni 105 en daarna op 27 oktober 2015. De advocaat van X heeft voorafgaande aan de zitting van 23 juni 2015 verzuimd op de voet van het bepaalde in artikel 170 lid 1 Rv getuigen aan te zeggen. X en zijn advocaat zijn niet verschenen en het hof heeft geen bericht van verhindering ontvangen. De advocaat van X heeft vervolgens het hof bericht dat een en ander het gevolg was van een misverstand aan zijn zijde en verzocht een nieuwe datum vast te stellen. Het hof heeft dit verzoek gehonoreerd en een nadere datum voor het verhoor bepaald, te weten 27 oktober 2015. Ter zitting van 27 oktober 2015 heeft de advocaat van Y meegedeeld dat hem geen getuigen waren aangezegd. De advocaat van X verklaarde dat hij meende dat het voldoende was dat de getuigen in de memorie van grieven waren genoemd. De raadsheer-commissaris heeft onder deze omstandigheden het getuigenverhoor niet door laten gaan omdat het enkel noemen van getuigen in de memorie van grieven onvoldoende was voor de advocaat van Y om zich op het getuigenverhoor te prepareren.
Het hof oordeelt als volgt. X heeft tweemaal de gelegenheid gehad voor het doen horen van getuigen. De eerste gelegenheid heeft hij ongebruikt voorbij laten gaan. Bij de tweede gelegenheid is hij het wettelijk voorschrift omtrent het horen van getuigen niet nagekomen. Nu de eisen van een goede procesorde zich gezien het hiervoor overwogene verzetten tegen het horen van de door X voorgebrachte getuigen en, gelet op de herhaalde verzuimen van X, met de eisen van een goede procesorde eveneens onverenigbaar is het voor de derde maal aanhouden van het verhoor, zal het bestreden vonnis bij gebreke van bewijslevering door X worden bekrachtigd.