Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 17 november 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:4825
JCDecaux Nederland B.V./werknemer
Werknemer is op 1 februari 1989 in dienst getreden bij een rechtsvoorganger van JCDecaux Nederland BV (hierna: JCDecaux). Vanaf 1993 is werknemer gedurende perioden van wisselende duur uitgevallen wegens rug-, schouder- en nekklachten, voor het laatst op 8 januari 2008. Na die datum heeft hij zijn werkzaamheden bij JCDecaux niet meer hervat. Na verkregen ontslagvergunning heeft JCDecaux de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd tegen 31 juli 2010. Bij brief van 21 december 2009 heeft werknemer JCDecaux aansprakelijk gesteld voor schade die hij in de uitoefening van zijn werkzaamheden heeft geleden terwijl de omstandigheden waaronder hij deze moest verrichten niet voldeden aan de wettelijke eisen. Tevens heeft hij bij deze brief een (eventuele) verjaring van het recht op schadevergoeding gestuit. Werknemer heeft in eerste aanleg gevorderd JCDecaux te veroordelen tot betaling van €30.000 als voorschot op de totale schadevergoeding. De kantonrechter heeft blijkens het bestreden vonnis alleen het primaire verweer van JCDecaux onderzocht, inhoudende dat de vorderingen van werknemer zijn verjaard. De kantonrechter heeft dit verweer verworpen. Tegen de verwerping van het verjaringsverweer komt JCDecaux in principaal appèl. Werknemer komt in incidenteel appèl op tegen een gedeelte van de feitenvastlegging van het bestreden vonnis.
Het hof oordeelt als volgt. Wat betreft het principale appèl moet worden onderzocht of werknemer vóór 21 december 2004 daadwerkelijk in staat was de onderwerpelijke vordering in te stellen. Volgens het door JCDecaux in het geding gebrachte overzicht heeft werknemer, nadat hij van 12 november 1997 tot 16 maart 199 (gedeeltelijk) was uitgevallen wegens nekklachten van 22 november 2001 tot 17 december 2001 niet kunnen werken in verband met een probleem aan zijn schouder. Vervolgens heeft hij van 22 december 2003 tot 2 februari 2004 werk verzuimd wegens nekklachten. Daarna heeft werknemer gedurende een onafgebroken periode van bijna vijf jaar gewerkt totdat hij op 8 januari 2008 uitviel. Bij deze stand van zaken kan niet worden gezegd dat bij werknemer zodanige zekerheid bestond omtrent zijn klachten en het verband tussen deze klachten en zijn werkzaamheden dat hij vóór 21 december 2004 in staat was een rechtsvordering in te stellen. Het enkel incidenteel ervaren van min of meer dezelfde klachten die ook weer overgaan en ook verder geen frequente arbeidsongeschiktheid veroorzaken is onvoldoende om anders te kunnen oordelen. Daarbij verdient aantekening dat JCDecaux zelf een beroep heeft gedaan op de rapporten van een door haar ingeschakelde medisch adviseur waarvan de strekking is dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de door werknemer ondervonden medische klachten en zijn werkzaamheden. Wat betreft het incidenteel appèl volgt het hof de werknemer niet. De periode 1997-1998 komt, in tegenstelling tot wat de werknemer beweert, wel voor in het overzicht. Voor het overige is de grief onvoldoende toegelicht. Volgt bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep.