Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 4 april 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:1899
Connexxion Openbaar Vervoer N.V./Federatie Nederlandse Vakbeweging
Connexxion Openbaar Vervoer N.V. (hierna: Connexxion) is een vervoerbedrijf dat zich bezighoudt met de verzorging van stads- en streekvervoer. De provincie Flevoland heeft de aanbesteding van de volgende concessie voor het busvervoer in Almere, voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2027, gedelegeerd aan de gemeente Almere. Connexxion is voornemens in te schrijven. In het programma van eisen van de gemeente Almere heeft de gemeente Almere zich voorstander verklaard van volledig ‘cashless’ bussen, maar zij heeft het aan de concessiehouder overgelaten om de hoeveelheid geld bij de chauffeur te beperken en om contante betaling door reizigers te vervangen door een andere betalingswijze. Onder de kop ‘Basiseisen instapregiem’ heeft de gemeente geen voorkeur uitgesproken voor een open of gesloten instapregime. Bij brief van 29 maart 2016 heeft FNV het college van burgemeester en wethouders van Almere medegedeeld ontstemd te zijn over het feit dat de gemeente is voorbijgegaan aan haar eis om onder meer het ‘cashless’ betalen en de beveiliging door toegangspoortjes bij de achterdeuren van de bussen in het bestek op te nemen. Bij e-mail van 1 april 2016 heeft FNV aan Connexxion aangezegd dat zij haar leden bij de stallingen Almere-Buiten en Almere-Haven van Connexxion zal oproepen om op 5 april 2016 vanaf de aanvang van de dienstregeling (om 04:30 uur) tot 09:30 uur een werkonderbreking te houden. Connexxion vordert dat het aan FNV wordt verboden om haar bij Connexxion werkzame leden op te roepen tot het houden van een werkonderbreking. Connexxion voert hiertoe allereerst aan dat de aangekondigde collectieve actie niet valt onder de bescherming van artikel 6 aanhef en onder 4 Europees Sociaal Handvest (ESH). De aangekondigde actie keert zich tegen Connexxion, maar is uitsluitend gericht tegen overheidsbeleid. Voor het geval zou worden geoordeeld dat de aangekondigde werkonderbreking wél wordt gedekt door artikel 6 ESH, beroept Connexxion zich erop dat de actie ingevolge artikel G ESH moet worden verboden. De actie is volgens Connexxion prematuur en niet het uiterste middel dat FNV ten dienste staat.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De strekking van artikel 6 ESH is het waarborgen van de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Het verst strekkende verweer van Connexxion houdt in dat de aangekondigde werkonderbreking als zuiver politieke actie, en bij gebreke van een (belangen)geschil tussen Connexxion en FNV, niet onder de bescherming van artikel 6 aanhef en onder 4 ESH valt. Dit verweer is geïnspireerd op het zogenoemde NS-arrest van de Hoge Raad (NJ 1986/688). In het onderhavige kort geding is alleen het eerste in het NS-arrest genoemde afwijkende actietype van belang, te weten: de collectieve actie die zich weliswaar keert tegen de werkgever, maar zich richt tegen een derde, in het onderhavige geval de overheid, in die zin dat de actie ten doel heeft de overheid onder druk te zetten te verhinderen dat de arbeidsvoorwaarden van de werknemers negatief worden beïnvloed. Anders dan Connexxion heeft betoogd, leidt de enkele omstandigheid dat de door FNV aangekondigde staking zich richt tegen de gemeente Almere, en dat Connexxion het niet in haar macht heeft dat de eisen van FNV worden ingewilligd, niet tot de conclusie dat FNV de bescherming van artikel 6 aanhef en onder 4 ESH ontbeert. Datzelfde geldt voor het feit dat Connexxion en FNV niet van mening verschillen over het belang van sociale veiligheid in het openbaar busvervoer. De voorzieningenrechter oordeelt het door FNV gelegde verband - tussen haar huidige stellingname jegens de gemeente Almere en het toekomstige overleg met de nieuwe concessiehouder over te treffen veiligheidsvoorzieningen - niet zodanig onbepaald of onzeker dat de aangekondigde staking bij Connexxion moet worden aangemerkt als een zuiver politieke staking die buiten de strekking van artikel 6 aanhef en onder 4 ESH valt. Het voorgaande leidt de voorzieningenrechter tot bevestigende beantwoording van de vraag of de door FNV aangekondigde werkonderbreking bij Connexxion redelijkerwijs kan bijdragen aan de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. In zijn recente stakingsarresten heeft de Hoge Raad uit de strekking van het recht op collectieve actie, zoals deze blijkt uit de aanhef van artikel 6 ESH, opgemaakt dat het antwoord op de vraag of (nog) sprake is van een collectieve actie in de zin van die verdragsbepaling, vooral aan de hand van dit criterium dient te worden bepaald. Aldus bestaat geen reden om het recht op collectief optreden beperkt uit te leggen. Aan bedoeld criterium is reeds voldaan, indien de collectieve actie degene tegen wie deze zich keert kan prikkelen om druk uit te oefenen op degene tegen wie de actie zich richt. Dat is hier het geval. Niet uit te sluiten is dat (voortgaande) arbeidsonrust in Almere de gemeente kan bewegen opnieuw met FNV om de tafel te gaan zitten.
Het recht op collectieve actie kan slechts worden beperkt op grond van het bepaalde in artikel G ESH. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat FNV in een voortijdig stadium tot (aankondiging van) een werkonderbreking bij Connexxion is overgegaan, nu FNV redelijkerwijs heeft mogen concluderen dat de gemeente Almere haar eisen niet heeft willen inwilligen. Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering van Connexxion wordt afgewezen.