Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/X
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 mei 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:3981

werknemer/X

Causaal verband peesschedeontsteking (RSI) bij het draaien van 1000 doppen per dag. Tegenstrijdige deskundigenoordelen.

(Vervolg op AR 2013-0576 en AR 2015-0097.) Werknemer (44 jaar) heeft vanaf zijn tewerkstelling van 1992 tot 1999 in het bedrijf X aanvankelijk vijf, later vier dagen per week meer dan 1000 doppen met de hand op flessen gedraaid nadat deze waren afgevuld. In verband met langzaam ontstane progressieve pijnklachten die eind 1998 ontstonden van de tweede en derde vinger melde hij zich uiteindelijk bij de bedrijfsarts. De deskundige oordeelde als volgt: gezien het feit dat betrokkene dag in dag uit dezelfde repetitieve handeling verrichtte met zijn dominante rechterhand gedurende een fors aantal jaren (gemiddeld uitgaande van 300 doppen per dag gedurende vier dagen per week, 47 weken over acht jaar zijn er ongeveer een half miljoen doppen aangedraaid) en daarbij altijd dezelfde twee vingers het meest belast zijn, te weten de wijs- en de middelvinger, mag worden aangenomen, dat dit toch wel enig effect heeft op de conditie van de hand. Naar zijn oordeel is sprake van een causaal verband tussen de werkzaamheden en het ziektebeeld van werknemer. In het onderhavige arrest staat de vraag centraal of het causaal verband nu wel of niet is aangetoond. Complicerende factor is het feit dat twee deskundigen elkaar tegenspreken.

Het hof oordeelt als volgt. Het valt op dat waar dr. Strackee stipuleert dat het draaien van een groot aantal doppen op flessen – dr. Strackee gaat dan nog uit van 200 tot 400 doppen per dag – een excessieve belasting van de pezen met zich brengt, volgens prof. Stam een dergelijk aantal – en zelfs een aantal van 1000 doppen per dag – leidt tot slechts een geringe belasting van het bewegingsapparaat. Het hof ziet niet in op grond waarvan het op dit punt, waar beide deskundigen een tegenovergestelde visie hebben, de visie van prof. Stam en niet van de door het hof benoemde deskundige dr. Strackee zou moeten volgen. Dat het hof aanvankelijk het voornemen had om prof. Stam te benoemen, maar daarvan heeft afgezien omdat prof. Stam een benoeming tot deskundige niet kon aanvaarden betekent, anders dan werkgever lijkt te veronderstellen, niet dat het hof nu prof. Stam, die niet over het gehele dossier beschikt en die werknemer ook niet heeft gezien, zou moeten volgen. Bovendien volgt uit het rapport van Strackee dat er een causaal verband is tussen de peesschedeontsteking en de werkzaamheden. Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat het vonnis van de kantonrechter, waarbij de vorderingen van werknemer zijn afgewezen, niet in stand kan blijven. Nu niet ter discussie staat dat werkgever is tekortgeschoten in de op haar rustende zorgplicht ten aanzien van de arbeidsomstandigheden van werknemer, het hof heeft vastgesteld dat sprake is van causaal verband tussen de gezondheidsschade (i.c. de peesschedeontsteking) van werknemer en de belasting van werknemer bij zijn werkzaamheden en de mogelijkheid van schade als gevolg van de peesschedeontsteking (minst genomen) aannemelijk is, is de vordering van werknemer tot schadevergoeding op te maken bij staat toewijsbaar. In het kader van de schadestaatprocedure zullen de fiscale aspecten en de rechten van werknemer op een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de orde komen. Het hof ziet geen reden om vooruitlopend op deze procedure de vorderingen betreffende de fiscale garantie en het WIA-voorbehoud toe te wijzen.