Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Kleinbus- en taxibedrijf X B.V.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 7 juni 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:2171

werknemer/Kleinbus- en taxibedrijf X B.V.

Vervaltermijn voor verzoek tot vernietiging ontslag op staande voet is verstreken. Verzoek tot ‘spoor wisselen’ ex artikel 69 Rv niet toewijsbaar.

(Hoger beroep van AR 2015-1327.) Werknemer is op 1 juni 2009 in dienst getreden van X als chauffeur. Op 2 oktober 2015 is werknemer op staande voet ontslagen wegens het meermalen bedreigen van de directeur en leidinggevende van X. In kort geding heeft werknemer loon gevorderd. De centrale vraag is of werknemer een beroep toekomt op artikel 69 Rv (spoorwissel) en daarmee alsnog tijdig de nietigheid kan inroepen bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft deze vraag ontkennend beantwoord.

Het hof oordeelt als volgt. Werknemer heeft niet tijdig een verzoek zoals bedoeld in artikel 7:681 lid 1 BW ingediend tot vernietiging van het ontslag. Uit artikel 7:686a lid 4 onderdeel a BW volgt dat een daartoe strekkend verzoek, op straffe van verval van het recht hiertoe, had moeten worden ingediend binnen twee maanden na de datum van het ontslag. Dit heeft werknemer nagelaten. Pas na het verstrijken van de genoemde termijn, namelijk bij brief van 4 december 2015 van zijn advocaat, heeft werknemer de kantonrechter verzocht het door hem aanhangig gemaakte kort geding op de voet van het bepaalde in artikel 69 Rv te behandelen als een verzoekschriftprocedure en daarbij geschreven dat zijn bezwaren onder andere strekten tot vernietiging van het gegeven ontslag, ‘een en ander zoals nader uitgewerkt in de reeds ingestelde vordering’. Dat verzoek miskent allereerst dat het verzuim om vóór de voltooiing van de eerder genoemde termijn van twee maanden een verzoek tot vernietiging van het ontslag in te dienen, niet kan worden geheeld door een handeling ná de voltooiing van die termijn, ongeacht of de genoemde brief van 4 december 2015 moet worden aangemerkt als een verandering of vermeerdering van eis, zoals werknemer in hoger beroep stelt. Bovendien miskent werknemer dat een verzoek tot vernietiging van het gegeven ontslag, als dat al geacht zou worden – op enig moment – in dit kort geding te zijn gedaan, niet toewijsbaar is bij wijze van voorlopige voorziening, aangezien de vernietiging van het ontslag een wijziging in de rechten van partijen zou teweegbrengen, die niet in kort geding kan worden uitgesproken.

Het beroep van werknemer op het bepaalde in artikel 69 Rv, waarmee hij erover klaagt dat de kantonrechter ten onrechte niet heeft beslist het geding voort te zetten volgens de regels geldend voor een verzoekschriftprocedure en waarmee hij kennelijk wil bereiken dat daartoe alsnog zal worden beslist, is tevergeefs gedaan. Artikel 69 Rv schept de mogelijkheid tot herstel van een fout die erin bestaat dat, in weerwil van een wettelijk voorschrift, een procedure is ingeleid met een verzoekschrift in plaats van met een dagvaarding of met een dagvaarding in plaats van met een verzoekschrift. Het artikel schept niet de mogelijkheid tot herstel van een fout die erin bestaat dat, ongeacht het inleidende gedingstuk, een verzoek niet binnen de daarvoor wettelijk voorgeschreven termijn is gedaan. Evenmin schept artikel 69 Rv de mogelijkheid tot herstel van een fout erin bestaande dat in kort geding een beslissing wordt nagestreefd die naar haar aard niet bij wijze van voorlopige voorziening kan worden gegeven, zoals de vernietiging van een ontslag op staande voet. De door werknemer, althans door zijn advocaat, gemaakte fouten vallen daarom buiten het bereik van het bepaalde in artikel 69 Rv en kunnen dus niet door een beroep op dat artikel worden geheeld. De stelling van werknemer in hoger beroep dat zijn inleidende dagvaarding de nietigheid van het ontslag ‘ademt’, verandert daaraan niets, ook niet voor zover in het lichaam van de inleidende dagvaarding de nietigheid van het ontslag is ingeroepen. Dit laatste miskent dat volgens het sinds 1 juli 2015 geldende recht een gegeven ontslag niet op deze wijze, maar alleen door een rechterlijke beslissing kan worden vernietigd.