Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 9 mei 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:2028
Automotive B.V./werknemer
Vorige procedure
Uit hetgeen het hof heeft overwogen en beslist in zijn arrest van 17 april 2007 in de vorige procedure volgt dat het hof van oordeel was dat werkgeefster aansprakelijk is omdat zij, kort gezegd, geen behoorlijke verzekering heeft gesloten voor werknemer, wiens werkzaamheden ertoe konden leiden dat hij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken zou raken bij een verkeersongeval. Het hof heeft in die vorige procedure de wél door werkgeefster afgesloten verzekering niet adequaat geacht. Het hof heeft de zaak naar de schadestaatprocedure verwezen omdat aannemelijk was dat werknemer meer schade had geleden dan het door de verzekeringsmaatschappij uitgekeerde bedrag. Het hof is er in de vorige procedure van uitgegaan dat het voor werkgeefster redelijkerwijs mogelijk zou zijn geweest om een verzekering te sluiten met een betere dekking dan de door haar feitelijk gesloten verzekering. In de onderhavige procedures gaat het om de vraag hoe hoog de schade is van werknemer.
Stelplicht en bewijslast
Uitgangspunt is dat de stelplicht en bewijslast van de omvang van de schade rust op de benadeelde. Het gaat daarbij niet alleen om de schade die werknemer lijdt en heeft geleden als gevolg van het ongeval, maar juist ook om schade als gevolg van het ontbreken van een verzekering die werkgeefster redelijkerwijs had behoren te sluiten. Werknemer moet dus bewijzen wat de hoogte is van zijn vermogensschade, dat wil in dit geval zeggen dat er een verzekering met een hogere dekking mogelijk was en tot welk bedrag zo’n verzekering mogelijk was (vgl. HR 17 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1996).
Deskundigenbericht onmogelijk?
Omtrent de bezwaren van werknemer ten aanzien van het deskundigenbericht wordt het volgende overwogen. Dat werknemer meent dat de antwoorden van de deskundige niet juist zijn en niet op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, wil niet zeggen dat de vragen onjuist of onvolledig waren. Het hof volgt werknemer niet in zijn standpunt dat de deskundige niet over de benodigde expertise beschikt. Het hof leidt uit de reactie van de deskundige af dat het eenvoudigweg niet mogelijk is om bepaalde onderliggende gegevens (premietabellen) te verstrekken. Het hof hecht eraan te overwegen dat het geen aanleiding of aanwijzing heeft om te veronderstellen dat de deskundige zijn onderzoek niet goed heeft uitgevoerd. Probleem is echter wel dat het onderzoeksresultaat voor werknemer in het geheel niet controleerbaar is. Volgens werknemer bevat het deskundigenbericht aantoonbaar feitelijke onjuistheden. Het hof wenst nadere (gedocumenteerde) inlichtingen te ontvangen over wat op de peildatum de hoogte was van de gemiddelde loonsom in de onderneming van werkgeefster. Het hof is van oordeel dat het deskundigenbericht onvoldoende gegevens bevat om de bevindingen, gedachtegang en conclusies van de deskundige te kunnen volgen en controleren. Werknemer heeft aangegeven dat een deskundigenbericht als het onderhavige niet mogelijk is. De juistheid van die stelling lijkt uit het voorgaande te volgen, maar het hof wenst eerst nog met partijen daarover te spreken. Het hof wenst (onder meer) ook met partijen te spreken over de gevolgen van het terzijde leggen van het rapport. Het hof zal daartoe een (meervoudige) comparitie van partijen bepalen. Dan zal ook worden besproken of werknemer nader bewijs wenst bij te brengen en op welke wijze. Tijdens die comparitie zal ook worden beproefd of het mogelijk is een minnelijke regeling tussen partijen tot stand te brengen. Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden