Naar boven ↑

Rechtspraak

Autoster, Automotive BV/Hendriks
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 1 september 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:3435

Autoster, Automotive BV/Hendriks

Vervolg Autoster/Hendriks: aanscherping vragen deskundigen naar behoorlijke verzekering in de garagebranche 1998.

(Vervolg op AR 2014-0354 en AR 2008-0773.) Hendriks is op 22 juli 1998 een ongeval overkomen toen hij van de werkplek naar huis reed. Hij bestuurde toen een aan zijn werkgever toebehorende autoambulance. Hendriks was ten tijde van het ongeval gerechtigd over de ambulance te beschikken omdat hij toen fungeerde als nooddienstmedewerker. Een werknemer die nooddienst had, diende dag en nacht telefonisch bereikbaar te zijn en wanneer een inzet was vereist, diende hij zich met de ambulance zo spoedig mogelijk naar de plaats van inzet te begeven. Om de tijd te besparen die het zou kosten om eerst vanaf het eigen woonhuis te rijden naar de garage van Autoster, namen sommige medewerkers na afloop van hun werkzaamheden de ambulance mee naar huis. Autoster heeft daartegen in de loop der jaren nimmer bezwaar gemaakt. Ten tijde van het ongeval was geen sprake van een noodoproep. Centraal staat de vraag of Hendriks in de ‘uitoefening van zijn functie’ was ten tijde van het verkeersongeval. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft het hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het gebruik van de autoambulance op één lijn moet worden gesteld met vervoer dat plaatsvindt krachtens de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst en in het kader van de voor de werkgever uit te voeren werkzaamheden. Bij tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat niet de volledige schade (stelling Hendriks) maar de schade wegens het ontbreken van een behoorlijke verzekering voor vergoeding in aanmerking komt. Deskundigen zijn benoemd om vast te stellen of en zo ja wat een behoorlijke verzekering in 1998 was in de garagebranche. Bij een tussenarrest in 2015 is het hof nader ingegaan op de vraag of de taxibranche vergelijkbaar is met de automobielbranche en heeft die vraag ontkennend beantwoord. In dit tussenarrest worden de vragen aangescherpt (met name door toe te voegen dat niet alleen naar de verzekeringsmogelijkheden bij Bovemij, maar ook bij andere verzekeringsmaatschappijen te kijken) en voorschot op de kosten van de deskundigen op beide partijen verhaald.