Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Xgreens BV
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 30 mei 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:2064

werknemer/Xgreens BV

Loonvordering van arbeidsongeschikte werknemer gedeeltelijk toegewezen. Werkgever heeft niet over de gehele periode aannemelijk gemaakt dat werknemer ten onrechte niet heeft meegewerkt aan re-integratie.

Feiten

Werknemer is van 8 februari 2016 tot 13 augustus 2016 in dienst geweest bij Xgreens als box-medewerker. Op 1 april 2016 heeft werknemer zich ziek gemeld. Op 6 mei 2016 zijn partijen overeengekomen dat werknemer ingaande 9 mei drie uur per dag zou gaan werken in het kader van zijn re-integratie. Werknemer is op 9 mei niet verschenen bij Xgreens, waarna Xgreens hem nog diezelfde dag heeft bericht dat zij de loonbetalingen met onmiddellijke ingang zou staken. Werknemer is op 30 mei alsnog begonnen met het verrichten van werkzaamheden. Xgreens heeft het loon over 30 en 31 mei betaald en de loonbetalingen met ingang van 1 juni weer getaakt omdat werknemer een afspraak met de bedrijfsarts zou hebben afgezegd. De betalingen zijn in juli hervat. Werknemer vordert betaling van het onbetaald gebleven gedeelte van het hem toekomende loon. De kantonrechter heeft de vordering van werknemer afgewezen. Tegen dit vonnis komt werknemer in hoger beroep.

Oordeel

Vast staat dat partijen op vrijdag 6 mei 2016 hebben afgesproken dat werknemer op maandag 9 mei 2016 zou beginnen met re-integreren gedurende drie uur per dag en dat de bedrijfsarts hem met ingang van genoemde datum geschikt achtte voor het verrichten van re-integratiewerkzaamheden. Werknemer heeft een zogenoemde second opinion in het geding gebracht van 15 juni 2016, waaruit volgens hem blijkt dat de deskundige geen oordeel kan geven over de passendheid van de op 9 mei 2016 aangeboden werkzaamheden omdat de beperkingen van werknemer niet (van tevoren) waren vastgesteld. Het vaststellen van beperkingen is volgens werknemer de verantwoordelijkheid van de werkgever. Het niet kunnen vaststellen van de passendheid van de aangeboden re-integratiewerkzaamheden komt in zijn visie daarom voor risico van Xgreens. Het hof volgt werknemer niet in dit betoog. In eerder genoemd deskundigenrapport van 15 juni 2016 staat als ‘visie van de verzekeringsarts’ dat deze van oordeel was dat uit de medische gegevens niet blijkt dat werknemer op 9 mei 2016 geen benutbare mogelijkheden had voor arbeid, rekening houdend met zijn beperkingen en dat hij op die datum ‘wel belastbaar is te achten ten aanzien van werk. Sterker nog, niet belasten werkt anti-revaliderend’. In het rapport van de deskundige staat weliswaar dat de deskundige niet weet wat de beperkingen van werknemer waren en daarom niet kan vaststellen of de door Xgreens aangeboden werkzaamheden passend waren, maar dat laat onverlet dat partijen toen zij op 6 mei 2016 afspraken dat werknemer op 9 mei zou komen werken om te re-integreren wel zicht op die beperkingen hadden en dat werknemer zichzelf op 6 mei 2016 kennelijk tot het verrichten van enige werkzaamheden in staat achtte. Door op 9 mei 2016 helemaal niet bij Xgreens te verschijnen zonder deugdelijke grond heeft werknemer geweigerd mee te werken aan re-integratie. Ook als hem niet duidelijk was welke werkzaamheden hij zou moeten gaan doen, had van werknemer verwacht mogen worden dat hij zich op 9 mei 2016 bij Xgreens meldde. Zijn loonvordering over de periode 9 tot en met 29 mei 2016 is dus niet toewijsbaar. Werknemer heeft verklaard dat hij er ten minste 40 minuten over zou doen om van zijn huis bij de bedrijfsarts te komen. Xgreens heeft dat niet betwist. Dat betekent dat van hem niet verwacht kon worden dat hij na het telefoongesprek op 31 mei 2016 om 13:19 uur naar de bedrijfsarts zou reizen voor een bezoek om 14:00 uur en dat Xgreens hem dus ten onrechte verwijt dat hij een afspraak met de bedrijfsarts die dag heeft afgezegd. Ook van de verdere vertraging in de afspraak met de bedrijfsarts na 31 mei 2016 kan werknemer geen verwijt worden gemaakt. Op zichzelf is het denkbaar (en niet verwijtbaar) dat een werknemer een dag wegens afspraken elders verhinderd is en niet gesteld of gebleken is dat de bedrijfsarts werknemer vervolgens na 1 juni 2016 een eerdere mogelijkheid voor een afspraak heeft gegeven dan 8 juni 2016, op welke datum werknemer de bedrijfsarts heeft bezocht. Uit de e-mail van de bedrijfsarts blijkt dat hij van oordeel was dat van werknemer op 8 juni 2016, anders dan op 9 mei 2016, niet verwacht kon worden dat hij werkzaamheden verrichtte in het kader van zijn re-integratie. Er moest volgens de bedrijfsarts immers ten aanzien van de re-integratieverplichting een ‘time-out’ worden gerespecteerd. Nu gesteld noch gebleken is dat de situatie met betrekking tot de re-integratieverplichting van werknemer op 8 juni 2016 anders was dan op 1 juni 2016, moet worden geoordeeld dat Xgreens er niet in is geslaagd haar verweer dat zij ook over de periode ingaande 1 juni 2016 geen loon verschuldigd is omdat werknemer zonder deugdelijke grond niet meewerkte aan re-integratie, aannemelijk te maken. Die deugdelijke grond had hij wel, gezien de door de bedrijfsarts genoemde time-out. De loonvordering van werknemer is toewijsbaar over de periode 1 juni 2016 tot en met 12 augustus 2016.