Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 8 juni 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:2542
werknemer/C-Content B.V.
Feiten
Werknemer (geboren 1961) is sinds 1989 in dienst van C-Content. C-Content is een bedrijf dat zich bezighoudt met hoogwaardige contentintegratie, dat wil zeggen het zoeken van informatie via één portaal. C-Content heeft zich gespecialiseerd in het vakgebied ‘information retrieval’ het online met behulp van internetapplicaties optimaal doorzoekbaar maken van informatie. In 1998 is werknemer benoemd tot directeur technologie. Werknemer verdiende laatstelijk € 9535 per maand. In oktober 2015 heeft werkgever medegedeeld dat de functie van werknemer is komen te vervallen en werknemer per direct betaald verlof verleend. Het UWV heeft op 30 november 2015 aan C-Content toestemming gegeven voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met werknemer. Vervolgens heeft C-Content op 2 december 2015 de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd tegen 1 maart 2016, waarbij aan werknemer de wettelijke transitievergoeding is betaald van € 125.773,80 bruto. Werknemer heeft een billijke vergoeding verzocht van € 314.443, omdat volgens hem geen sprake is van een a-grond. Daarnaast verzocht werknemer betaling van gefixeerde schadevergoeding omdat volgens hem was afgesproken dat hij tot eind 2016 in dienst mocht blijven. De kantonrechter heeft deze verzoeken afgewezen.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt.
Afspraak over waardeontwikkeling certificaten impliceert geen afwijkende opzegtermijn of garantieperiode. Afwijzing gefixeerde schadevergoeding
Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat werknemer op het moment van totstandkoming van de betreffende overeenkomsten ervan uit mocht gaan dat hij gedurende vier jaar mocht aanblijven om zodoende zijn aandeel in de waardestijging van de onderneming te kunnen realiseren. Werknemer heeft evenwel niet aangevoerd dat hem die kans is ontnomen en/of dat de waardestijging van de onderneming om die reden minder is dan hetgeen hij bij aanblijven tot 1 januari 2017 had kunnen realiseren. Het hof volgt werknemer dus niet in zijn betoog dat deze afspraken los van de waardestijging van de onderneming betekenis hebben en dat C-Content ook los daarvan kon worden gehouden om hem tot 1 januari 2017 in dienst te houden. Partijen zijn in december 2012 geen nieuwe arbeidsovereenkomst aangegaan waaruit dat zou kunnen blijken. De betreffende afspraak is zozeer verweven met de afspraak over de certificatentransactie en het beloofde aandeel in de waardestijging van de onderneming, dat daaruit volgt dat het niet nakomen van de termijn van vier jaar door werknemer enkel tot gevolg zou hebben dat hij dan geen recht meer zou hebben op de waardestijging. Andersom, dient een voortijdig einde van de arbeidsovereenkomst op initiatief van C-Content ertoe te leiden dat C-Content toch de volledige waardestijging dient te betalen die werknemer had kunnen realiseren wanneer hij was aangebleven tot 1 januari 2017. Het hof is van oordeel dat de betreffende passages in de bedoelde brief geen zelfstandige arbeidsrechtelijke betekenis hebben in die zin dat daarmee is beoogd een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd te sluiten en/of een langere opzegtermijn overeen te komen.
Gefingeerde ontslagreden
Volgens werknemer is de zogenoemde reorganisatie gefingeerd en enkel bedoeld om de zonen van de directeur in de directie te helpen. Het hof laat werknemer toe nader bewijs te leveren.
Non-actiefstelling leidt niet tot ernstig verwijtbaar handelen, dreigen met concurrentiebeding evenmin
Het enkele feit dat werknemer op non-actief is gesteld, leidt niet tot ernstig verwijtbaar gedrag van werkgever. Dit geldt ook voor het dreigen werknemer aan zijn concurrentiebeding te houden.