Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 30 juni 2017
ECLI:NL:RBGEL:2017:3449
werkneemster/Draad Nijmegen BV
Feiten
Werkneemster is vanaf 2009 in dienst bij Draad Nijmegen BV. Zij heeft zich in juli 2014 ziek gemeld voor haar werkzaamheden vanwege neus- en luchtwegklachten en neurocognitieve stoornissen. Op 16 juni 2015 heeft de advocaat van werkneemster Draad Nijmegen aansprakelijk gesteld voor schade die werkneemster heeft opgelopen in de uitoefening van haar werkzaamheden. De schade zou volgens werkneemster zijn veroorzaakt door blootstelling aan verschillende chemische stoffen. Verschillende instanties hebben onderzoek gedaan naar de werksituatie bij Draad Nijmegen. Conclusie van deze onderzoeken was dat op de glasafdeling, waar werkneemster werkzaam is, meerdere vormen van blootstelling hebben plaatsgevonden. Werkneemster verzoekt te bepalen dat Draad Nijmegen aansprakelijk is voor de door werkneemster in de uitoefening van haar werkzaamheden bij Draad Nijmegen geleden schade en nog te lijden schade.
Oordeel
In de bodemprocedure die FNV ingevolge artikel 3:305a BW heeft aangespannen tegen Smit Draad (de collectieve actie), ligt de rechtsvraag voor of Draad Nijmegen onrechtmatig heeft gehandeld door haar werknemers bloot te stellen aan arbeidsomstandigheden die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Die rechtsvraag ligt thans, als gevolg van het ingestelde hoger beroep in die procedure, ter beoordeling voor aan het Hof Arnhem-Leeuwarden. De gemachtigde van werkneemster – eveneens advocaat van FNV in de collectieve actie – heeft tijdens de mondelinge behandeling in de onderhavige procedure desgevraagd verklaard dat FNV in de collectieve actie optreedt namens de (ex-)werknemers van Draad Nijmegen wier belangen zij behartigt. Vervolgens heeft hij verklaard dat het doel van de collectieve actie (mede) is de vaststelling dat blootstelling aan gevaarlijke stoffen heeft plaatsgevonden in die mate dat Draad Nijmegen aansprakelijk is voor de schade die de (ex-)werknemers daardoor lijden, waarna in alle individuele gevallen de (specifieke) schade dan nog moet worden vastgesteld. In de onderhavige deelgeschilprocedure ligt de vraag voor of Draad Nijmegen jegens werkneemster aansprakelijk is vanwege het feit dat werkneemster tijdens de uitvoering van haar werkzaamheden bij Smit Draad is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke stoffen als gevolg waarvan zij gezondheidsklachten heeft opgelopen. Hoewel de procedure bij het Hof Arnhem-Leeuwarden (formeel) speelt tussen FNV en Draad Nijmegen en de onderhavige procedure tussen werkneemster en Draad Nijmegen, ligt materieel gezien in beide procedures dezelfde rechtsvraag voor. Namelijk de vraag of Draad Nijmegen als werkgever aansprakelijk is jegens haar (ex-)werknemer(s) vanwege onrechtmatige blootstelling aan gevaarlijke stoffen. In de collectieve actie treedt FNV, zoals door de (advocaat-)gemachtigde van werkneemster, tevens advocaat van FNV zelf is verklaard, op voor de werknemers wier belangen zij behartigt. Het gaat in die procedure dus om een zogenaamde groepsactie. Werkneemster behoort, dat staat vast, tot de groep van (ex-)werknemers wier belangen FNV behartigt. Haar situatie is zelfs in de collectieve actie als voorbeeld genomen. Hoewel een beslissing in een collectieve actie enkel gezag van gewijsde heeft tussen de bij die procedure betrokken partijen, ligt het ingevolge jurisprudentie van de Hoge Raad in de rede een in een collectieve actie verkregen (onrechtmatigheids)oordeel tot uitgangspunt te nemen in eventuele afzonderlijke vervolgprocedures. Dit om zo tegenstrijdige beslissingen omtrent de onrechtmatigheidsvraag te kunnen voorkomen. Ook FNV heeft de bedoeling om een in de collectieve actie verkregen oordeel tot uitgangspunt te nemen in eventuele afzonderlijke vervolgprocedures. FNV heeft, zo blijkt uit de toelichting van de (advocaat-)gemachtigde van werkneemster, de collectieve actie ingesteld om met een (collectieve) aansprakelijkheidstelling direct over te kunnen gaan tot onderhandeling over de schade in de individuele gevallen. Het voorgaande brengt mee dat, hoewel formeel gezien sprake is van procedures tussen verschillende partijen, thans materieel gezien bij twee verschillende instanties dezelfde rechtsvraag voorligt. Hierdoor bestaat het risico op tegenstrijdige uitspraken over de aansprakelijkheidsvraag, hetgeen moet worden voorkomen. Het verzoek tot het nemen van een beslissing in het deelgeschil is gelet hierop in strijd met de eisen van een goede procesorde.