Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 11 april 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:1354

werknemer/werkgever

Ontslag op staande voet houdt stand wegens oprichting concurrerende onderneming in speelautomaten tijdens looptijd arbeidsovereenkomst. Geen matiging non-concurrentiebeding.

Feiten

Werkgeefster drijft een onderneming die speelautomaten op locatie exploiteert. Werknemer is sinds 1 februari 1997 in dienst van werkgeefster, laatstelijk in de functie van rayonmanager. In de arbeidsovereenkomst is een non-concurrentiebeding opgenomen. Per 17 juni 2013 staat de onderneming X in het handelsregister ingeschreven met als bestuurders de echtgenotes van werknemer en zijn collega A. X heeft als activiteit de exploitatie van amusements- en speelautomaten. Werknemer heeft in 2013 het klantenbestand van werkgeefster naar zijn persoonlijke directory gedownload. Werknemer is op 3 mei 2018 op non-actief gesteld. Op 9 mei 2018 is werknemer op staande voet ontslagen. Werknemer heeft in eerste aanleg onder meer verzocht de opzegging te vernietigen en voor recht te verklaren dat het non-concurrentiebeding nietig is dan wel het beding te schorsen of te matigen. De kantonrechter heeft de verzoeken van werknemer afgewezen, met uitzondering van het verzoek tot matiging van het non-concurrentiebeding. Tegen dit oordeel keert werknemer zich in hoger beroep.

Oordeel

Toen werkgeefster ontdekte dat werknemer het klantenbestand had gedownload, was zij nog niet op de hoogte van het bestaan van onderneming X. Het downloaden van dat klantenbestand vond zij kwalijk, maar kennelijk niet kwalijk genoeg voor een ontslag op staande voet. Pas toen zij op de hoogte kwam van de oprichting van X, kwam het downloaden van het klantenbestand volgens werkgeefster in een ander licht te staan. Het hof acht dat begrijpelijk en terecht. Werkgeefster heeft onderzoek verricht, in welk kader op 3 mei 2018 met werknemer is gesproken. Het vervolgens gegeven ontslag op staande voet is voldoende onverwijld gegeven. Er bestond een dringende reden voor het ontslag op staande voet. Werknemer heeft onder meer gesteld dat werkgeefster geen schade heeft geleden door X. Of werkgeefster daadwerkelijk schade heeft ondervonden acht het hof echter van onvoldoende gewicht. Het gaat erom dat werknemer het in hem gestelde vertrouwen ernstig heeft beschaamd. De kantonrechter heeft – in tegenstelling tot wat werknemer aanvoert –wel een oordeel gegeven over de ernstige verwijtbaarheid in voornoemde zin, op grond waarvan werknemer geen transitievergoeding is toegekend. Het hof kan zich volledig vinden in het oordeel van de kantonrechter en maakt dat oordeel tot het zijne. Werknemer heeft nog aangevoerd dat het non-concurrentiebeding zoals vastgelegd in de arbeidsovereenkomst die op 10 december 1996 is gesloten, niet meer voor hem geldt, omdat het beding niet opnieuw schriftelijk is overeengekomen na ommekomst van die arbeidsovereenkomst. Werkgeefster heeft aangevoerd dat de overeenkomst voor bepaalde tijd zonder tegenspraak is voortgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Werknemer heeft dat niet betwist. Dat leidt ertoe dat de arbeidsvoorwaarden zijn voortgezet, waaronder het non-concurrentiebeding en dat dit beding niet opnieuw schriftelijk overeengekomen hoefde te worden. De stelling van werknemer dat het non-concurrentiebeding opnieuw overeengekomen had moeten worden, omdat zijn functie is verzwaard en het beding zwaarder is gaan drukken, volgt het hof niet. Werknemer is onvoldoende ingegaan op het verweer van werkgeefster dat de functie inhoudelijk ongewijzigd is gebleven. Het hof ziet geen aanleiding het concurrentiebeding te schorsen of te matigen. Het zal voor werknemer niet eenvoudig zijn om ander werk te vinden, maar dat dit zeer moeilijk zal zijn heeft werknemer te weinig concreet onderbouwd. Het non-concurrentiebeding gaat niet te ver en er is geen sprake van broodroof omdat werknemer alleen werkervaring heeft in de horeca en hij door het beding gedurende twee jaar niet werkzaam kan zijn in de kansspelautomatenbranche. Werknemer kan zich voor ander werk volledig richten op de horeca, behalve op de exploitatie van kansspelautomaten. Werkgeefster heeft – in tegenstelling tot wat werknemer stelt – belang bij bescherming van haar bedrijfsdebiet in heel Nederland.