Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 15 september 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:3177
Feiten
Werknemer is in dienst van Nature’s Choice te Etten-Leur. Op enig moment is besloten om de productieafdeling van Nature’s Choice te Etten-Leur per 1 januari 2022 over te plaatsen naar een in Duitsland gevestigde zustervennootschap (Tinti) te Heidelberg. In september 2021 is deze overplaatsing aan werknemer medegedeeld. Werknemer heeft op 25 oktober 2021 per e-mail aan Nature’s Choice laten weten dat de wijziging van de werklocatie naar Duitsland te veel nadelen voor hem meebrengt als gevolg waarvan het voor hem niet mogelijk is om mee over te gaan. Vervolgens heeft hij een ontbindingsverzoek ingediend waarin hij zich beroept op artikel 7:665 BW met als grondslag dat sprake is van een aanmerkelijke wijziging ten nadele van werknemer vanwege de overgang van onderneming en de daarmee samenhangende verhuizing naar Duitsland (480 km) en dat van hem daarom niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten bij Tinti. De kantonrechter heeft in eerste aanleg kort gezegd overwogen dat op 1 januari 2022 sprake is geweest van een overgang van onderneming en dat werknemer met de e-mail van 25 oktober 2021 en het ontbindingsverzoek er ondubbelzinnig blijk van heeft gegeven het dienstverband na de overgang niet te willen voortzetten bij de verkrijger. De arbeidsovereenkomst met Nature’s Choice is dan ook geëindigd op het tijdstip van de overgang. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de overgang van onderneming een aanmerkelijke wijziging van de arbeidsvoorwaarden ten nadele van werknemer tot gevolg, in welk geval de arbeidsovereenkomst geacht wordt te zijn beëindigd door toedoen van Nature’s Choice op grond van artikel 7:665 BW. In dat geval moet de voor de werkgever geldende opzegtermijn in acht worden genomen. Deze bedraagt vier maanden en vangt aan op het moment van de ‘fictieve opzegging’ door de werkgever. In dit geval wordt aangesloten bij de datum waarop werknemer zijn ontbindingsverzoek heeft ingediend en Nature’s Choice is schadeplichtig voor de nog resterende opzegtermijn. Ook is zij aan werknemer de transitievergoeding verschuldigd. Ondanks schending van de informatieplicht door Nature’s Choice, is op dat punt naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van schadeplichtigheid. Beide partijen hebben hoger beroep ingesteld.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt.
Vergoeding wegens niet in acht nemen opzegtermijn bij toepassing artikel 7:665 BW
Artikel 7:665 BW vormt de implementatie van Richtlijn 2001/23/EG, betreffende het behoud van de rechten van werknemers bij overgang van onderneming. Het Hof van Justitie heeft in het Juuri-arrest overwogen dat de nationale rechter in het kader van zijn bevoegdheden moet waarborgen ‘dat de verkrijger in een dergelijk geval ten minste de gevolgen draagt die het toepasselijke nationale recht aan de verbreking van de arbeidsovereenkomst of de arbeidsbetrekking door toedoen van de werkgever verbindt, zoals de uitbetaling van het loon en van andere voordelen die krachtens dit nationale recht zijn verbonden aan de opzegtermijn die deze werkgever moet eerbiedigen’. Omdat in het nationale recht bij opzegging of ontbinding rekening moet worden gehouden met de opzegtermijn en bij gebreke van inachtneming van de opzegtermijn de werknemer recht heeft op schadevergoeding, dient dat voordeel naar het oordeel van het hof voor de werknemer met betrekking tot de opzegtermijn te worden geëerbiedigd bij overgang van onderneming met een aanmerkelijke wijziging van de arbeidsvoorwaarden ten nadele van de werknemer. Anders zou een werknemer in een dergelijk geval slechter af zijn dan bij beëindiging door de werkgever door opzegging of ontbinding. Nu de rechter artikel 7:665 BW richtlijnconform moet uitleggen, betekent dit dat een fictieve opzegtermijn in acht moet worden genomen. Nu dat niet is gebeurd, moet Nature’s Choice daarvoor een vergoeding betalen aan werknemer.
Transitievergoeding
Volgens Nature’s Choice en Tinti is er geen sprake van een aanmerkelijke wijziging ten nadele van werknemer. Naar het oordeel van het hof is hiervan overduidelijk wel sprake, nu de reistijd 5,5 tot 6 uur langer wordt, de woonwerk-afstand met honderden kilometers toeneemt en de werkplek over de grens naar het buitenland verplaatst. Het had dan ook op de weg van Nature’s Choice gelegen om, als goed werkgever, een compensatie te bieden, waaronder in elk geval de transitievergoeding op grond van artikel 7:665 BW voor het geval werknemer zou besluiten niet mee over te gaan. Nature’s Choice had werknemer ten minste op dit recht moeten wijzen. Zoals hierna zal blijken, heeft zij echter het tegenovergestelde gedaan. De transitievergoeding is dan ook verschuldigd.
Informatieverplichting
Op grond van artikel 7:665a BW heeft een werkgever een informatieverplichting bij overgang van onderneming. Het hof is van oordeel dat Nature’s Choice niet aan die verplichting heeft voldaan, onder meer door werknemer niet juist te informeren over de gevolgen van de overgang. Ook heeft zij op dit punt in strijd met artikel 7:611 BW gehandeld. Nature’s Choice had werknemer ten minste moeten informeren over zijn recht op een transitievergoeding indien hij zou besluiten niet mee over te gaan. Zij heeft hem echter het tegenovergestelde bericht: dat hij niet in aanmerking komt voor een transitievergoeding. Hiermee heeft Nature’s Choice haar informatieverplichting op ernstige wijze geschonden. Het hof begroot de schade die werknemer als gevolg van die schending heeft geleden op € 6.000 netto (kosten rechtsbijstand) en veroordeelt Nature’s Choice tot betaling daarvan aan werknemer.