Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 11 april 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:1554
werknemer/werkgever
Feiten
Ten tijde van het na te melden ontslag was werknemer 63 jaren oud en ruim 31 jaar in dienst van werkgever (vanaf 20 april 1983). Werknemer gaat een uitkering op grond van de AOW ontvangen op de leeftijd van 65 jaar en 9 maanden, derhalve met ingang van 1 januari 2017. Werknemer heeft laatstelijk bij werkgever gewerkt in de functie van senior accountmanager filing systems. In het kader van een re-integratietraject na ziekte is met werknemer in december 2013 gesproken over een nieuwe functie als Projectmanager NL, maar in die functie heeft hij feitelijk geen werkzaamheden verricht. Werkgever verkeerde in 2013 bedrijfseconomisch in zwaar weer en heeft op 8 januari 2014 een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV. De ontslagvergunning is verleend op 26 februari 2014. Werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer vervolgens bij brief van 19 februari 2014 opgezegd tegen 1 augustus 2014. Daarbij is aan werknemer een vergoeding uitbetaald van € 19.991,16 bruto. Werkgever heeft eenzijdig een Sociaal Plan opgesteld dat een suppletieregeling kent ter gedeeltelijke aanvulling van de WW-uitkering van werknemer, een Werk-naar-Werkbegeleiding en vrijstelling van werken tijdens de opzegtermijn. Werknemer vordert in eerste aanleg, na wijziging van eis, een verklaring voor recht dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is geschied, met veroordeling van werkgever tot betaling van een schadevergoeding van € 30.051,28 bruto wegens inkomensschade, € 78.736, althans € 64.191,10 bruto wegens pensioenschade. Werknemer meent dat het afspiegelingsbeginsel onterecht of onjuist is toegepast.
Oordeel
Ten aanzien van de bij afspiegeling in acht te nemen functie gaat het hof uit van de functie van accountmanager filing. Voor de afspiegeling is als peildatum 1 november 2013 genomen. Het door werknemer genoemde argument – dat anciënniteit en afspiegeling in het geheel geen rol behoren te spelen, omdat aan werknemer in december 2013 een andere functie is aangeboden die door hem is aanvaard – kan geen rol spelen bij de vraag of juist is afgespiegeld. Ten aanzien van het argument dat bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel ook verkopers in dienst van vennootschap 3 betrokken hadden moeten worden, is het hof van oordeel dat de enkele omstandigheid dat twee zelfstandige bedrijven besluiten om uit efficiency-overwegingen samen te werken en hun verkopers over en weer ook elkaars producten te laten verkopen geen grond oplevert om te oordelen dat bij een reorganisatie van het ene bedrijf bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel ook personeel van het andere bedrijf moet worden betrokken. Wat betreft het argument dat de functiecategorieën van accountmanager filing en accountmanager filing & vennootschap 3 onderling uitwisselbare functies betreffen, geldt het volgende. Er is niet weersproken dat voor de functies verschillende eisen en competenties verlangd worden die maken dat de functies niet uitwisselbaar zijn. In hetgeen werknemer heeft aangevoerd ten aanzien van de toepassing van het afspiegelingsbeginsel ligt tevens het standpunt besloten dat werkgever hem ten onrechte heeft ingedeeld in de functiecategorie accountmanager filing en niet in de functiecategorie accountmanager filing & vennootschap 3, omdat de hem opgedragen werkzaamheden niet wezenlijk verschilden van de werkzaamheden die werkgever opdroeg aan de accountmanagers filing & venootschap 3. Het door werknemer ingenomen standpunt dat de hem opgedragen werkzaamheden niet wezenlijk afweken van die van een accountmanager filing & vennootschap 3 is door werkgever niet, althans niet voldoende onderbouwd, weersproken, zodat in rechte voorshands als vaststaand moet worden aangenomen dat werkgever aan werknemer voor de periode 2013-2014 geen wezenlijk andere taak heeft gesteld dan de taak die zij aan de accountmanagers filing & vennootschap 3 had gesteld. In dat geval is niet gebleken van feiten of omstandigheden die een indeling van werknemer in een afzonderlijke functiecategorie accountmanager filing kunnen rechtvaardigen. Gelet op het specifiek op dit punt door werkgever aangeboden bewijs zal het hof werkgever toelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorshands bewezen geachte feit dat de aan werknemer voor de periode 2013-2014 gestelde taak niet wezenlijk afweek van de taak zoals die aan de accountmanagers filing & vennootschap 3 was opgedragen.