Naar boven ↑

Rechtspraak

F.N.V. c.s./werkgeefster
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 19 juni 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:2681

F.N.V. c.s./werkgeefster

Afwijking van B-bepalingen uit cao Kinderopvang niet zonder meer mogelijk. Kinderdagverblijf heeft werknemers ten onrechte niet het salaris toegekend dat behoort bij de salarisschalen zoals deze zijn opgenomen in de cao’s.

Feiten

Werkgeefster is een kinderdagverblijf. Zij is lid (geweest) van Brancheorganisatie Kinderopvang (BKN). Werkneemster is van 2 september 2010 tot en met 31 juni 2013 bij werkgeefster in dienst geweest als BBL groepsleidster. In de arbeidsovereenkomst is vermeld dat de cao Kinderopvang van toepassing is. FNV heeft in eerste aanleg, samengevat, gevorderd dat werkgeefster aan haar werknemers loonsverhogingen, een eindejaarsuitkering en een eenmalige uitkering betaalt. Werkneemster 2 heeft gevorderd dat werkgeefster soortgelijke vorderingen aan haar betaalt. Daartoe hebben FNV en werkneemster aangevoerd dat werkgeefster de cao’s dient na te komen. De kantonrechter heeft de vorderingen deels toe- en deels afgewezen. FNV en werkneemster komen in hoger beroep.

Oordeel

A- en B-bepalingen in de cao’s

Artikel 5.3 lid 1 van de cao’s komt er kort gezegd op neer dat de werkgever het salaris jaarlijks met een zogenoemde periodiek verhoogt. Deze bepaling is een zogenoemde B-bepaling. Het oordeel van de kantonrechter komt erop neer dat het verweer van werkgeefster, dat zij geen periodieke verhogingen heeft toegekend vanwege haar slechte financiële situatie, slaagt, omdat afwijking van deze bepaling mogelijk was. FNV heeft in de toelichting op de grief terecht erop gewezen dat afwijking van B-bepalingen niet zonder meer mogelijk is. Uit artikel 1.4 van de cao’s volgt dat daarvoor nadere voorwaarden gelden. Werkgeefster heeft geen feiten gesteld waaruit afgeleid kan worden dat aan die voorwaarden is voldaan. De cao’s bieden niet de mogelijkheid om af te wijken vanwege slechte financiële omstandigheden. Het hof gaat daarom voorbij aan het bewijsaanbod van werkgeefster. Uit de toelichting volgt dat FNV van mening is dat werkgeefster haar werknemers niet het salaris heeft toegekend dat behoort bij de salarisschalen zoals deze zijn opgenomen in bijlage 2 bij de cao’s. Zodoende zijn de door de kantonrechter toegewezen en inmiddels door werkgeefster uitgevoerde loonsverhogingen, toegekend over een te laag salaris. Het startpunt voor de berekeningen is dus onjuist geweest. Het hof is van oordeel dat deze grief slaagt. FNV kan vanaf 1 mei 2010 nakoming verlangen van de cao’s, zodat werkgeefster vanaf die datum aantoonbaar haar werknemers het salaris dient toe te kennen volgens de salarisschalen van de cao, dus het salaris dat iedere werknemer toekomt op basis van de voorwaarden die de cao’s daaraan verbinden. In de toelichting op de grief wordt verder vermeld dat FNV niet heeft kunnen vaststellen of ten aanzien van alle werknemers de loonsverhogingen correct zijn doorgevoerd en dat het niet de taak van FNV is om dat te controleren. Het hof kan FNV hierin niet volgen. FNV verlangt nakoming van de cao’s. Dan is het de taak van FNV om te controleren of daaraan is voldaan.

Vorderingen van werkneemster

De grief die betrekking heeft op artikel 5.3 van de cao’s slaagt om dezelfde redenen als waarom de grief hierboven slaagt. Het hof zal het bestreden vonnis vernietigen voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de vorderingen van FNV en van werkneemster alsnog (grotendeels) toewijzen.