Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Estée Lauder B.V.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 22 augustus 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:3372

werknemer/Estée Lauder B.V.

Countermanager is na vier jaar ziek geworden, maar niet door werkgerelateerde omstandigheden. Onaannemelijk dat allergieën zijn ontstaan als gevolg van het werk bij Estée Lauder. Geen geschikt vertaalwerk voorhanden. Geen sprake van kennelijk onredelijk ontslag.

Feiten

Werkneemster is van 1 september 2007 tot 1 oktober 2014 bij Estée Lauder in dienst geweest. Laatstelijk was zij werkzaam in de functie van countermanager. Op 21 november 2011 heeft werkneemster zich ziek gemeld wegens psychische klachten. Er is een re-integratietraject gestart. Op 7 maart 2013 heeft een arbeidsdeskundige vastgesteld dat werkneemster niet geschikt is voor het eigen werk. Naar aanleiding hiervan is re-integratie in het tweede spoor ingezet. Na verkregen toestemming door het UWV heeft Estée Lauder de arbeidsovereenkomst op 22 juli 2014  opgezegd tegen 1 oktober 2014 wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Werkneemster heeft in eerste aanleg gesteld dat sprake is van kennelijk onredelijk ontslag en vordert de kantonrechter Estée Lauder te veroordelen tot betaling van €80.000. Daarnaast stelt werkneemster dat Estée Lauder op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de door haar geleden en nog te lijden schade als gevolg van bedrijfsomstandigheden (blootstelling aan gevaarlijke stoffen). De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. Tegen dit oordeel keert werkneemster zich in hoger beroep.

Oordeel

Werkneemster voert aan dat Estée Lauder voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst een valse en/of voorgewende reden heeft aangevoerd. Deze bestaat er volgens haar uit dat, anders dan door Estée Lauder gesteld, er voor werkneemster wel passende werkzaamheden waren. Deze passende werkzaamheden bestonden uit door werkneemster te verrichten vertaalwerkzaamheden. Werkneemster heeft niet weersproken dat aan derden gedurende een periode van vier jaar slechts voor € 754 aan vertaalwerk is verricht, hetgeen uiteraard geen substantiële invulling van een dienstverband oplevert. Werkneemster heeft telkenmale verklaard een (universitaire) opleiding vertaler Engels te hebben gevolgd, doch zij heeft ter zitting in hoger beroep desgevraagd verklaard dat dit de opleiding Pools-Engels en Russisch-Engels betrof. Werkneemster voldoet daarmee niet aan de door Estée Lauder in redelijkheid te stellen eisen aan de functie van vertaler Engels-Nederlands, nog los van de eis omtrent het beheersen van het Frans. Er is daarmee niet gebleken van voor werkneemster geschikte te verrichten vertaalwerkzaamheden in een dergelijke omvang dat deze aan werkneemster aangeboden hadden behoren te worden. Van een valse of voorgewende reden is geen sprake. Werkneemster heeft in augustus 2012 tegenover Estée Lauder melding gemaakt van de huidklachten en de allergieën waaraan zij leed, te weten een seborrhoïsch eczeem, respectievelijk een allergie voor rosin, nikkelsulfaat en cocomidepropyl. Voor deze huidklachten had zij zich begin april 2012 tot een dermatoloog gewend. Werkneemster heeft gesteld dat haar allergieën zijn ontstaan tijdens haar dienstverband met Estée Lauder (hetgeen naar het oordeel van het hof juist is) als ook dat deze allergieën zijn ontstaan als gevolg van het werken voor Estée Lauder (hetgeen door Estée Lauder wordt betwist, omdat hiervoor naar de mening van Estée Lauder geen aanwijzingen zijn). Het hof is van oordeel dat werkneemster zich in feite slechts baseert op een uitlating van haar behandelend dermatoloog, welke uitlating verder niet is onderbouwd of geconcretiseerd, terwijl daartegenover een groot aantal omstandigheden staan en ook door Estée Lauder worden aangevoerd die het onaannemelijk maken dat de allergieën waar werkneemster aan lijdt, zijn ontstaan als gevolg van het werk bij Estée Lauder. Aldus heeft werkneemster niet voldaan aan haar stelplicht. Aan het bewijsaanbod door werkneemster, namelijk 'dat deze allergieën zijn ontstaan in de uitoefening van haar werkzaamheden bij Estée Lauder' zal daarom voorbij worden gegaan. Nu niet is gebleken dat de allergieën waaraan [appellante] lijdt, zijn ontstaan 'in de uitoefening van de werkzaamheden' (zoals bedoeld in art. 7:658 lid 1 BW) is schending van een eventuele zorgplicht van de werkgever niet aan de orde. Alle grieven falen. Het vonnis van de kantonrechter zal worden bekrachtigd.