Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 13 maart 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:828
Compass Group Nederland Holding B.V./werknemer c.s.
Feiten
Werknemer was als huismeester in dienst van Eurest Services B.V. waarvan Compass Group Nederland Holding B.V. (hierna: Compass) enig aandeelhouder en bestuurder is. Hij was uit hoofde van zijn functie onder meer verantwoordelijk voor de postdiensten. Werknemer is op 24 juli 2015 op staande voet ontslagen nadat hij postzegels die toebehoorden aan Compass aan een postzegelhandelaar heeft verkocht en de opbrengst daarvan voor zichzelf heeft gehouden. In dit geding vordert Compass hoofdelijke veroordeling van werknemer en de postzegelhandelaar tot vergoeding van de schade die Compass heeft geleden. De rechtbank heeft de vordering tegen werknemer gedeeltelijk, tot een bedrag van € 27.435,90 (met wettelijke rente), toegewezen en de vorderingen tegen de postzegelhandelaar afgewezen. Compass komt tegen deze beslissing in hoger beroep.
Oordeel
Vordering tegen de postzegelhandelaar
De vraag die onder meer aan de orde is, is of de handelaar wist dan wel behoorde te weten van de onrechtmatige herkomst van de postzegels. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. Gebleken is dat de contacten tussen werknemer en de handelaar grotendeels hebben plaatsgehad door middel van e-mails. Werknemer maakte daarbij steeds gebruik van zijn e-mailaccount van Compass. Op diverse e-mails van werknemer stonden de gegevens van het bedrijf vermeld. Voorts stuurde hij zijn e-mails tijdens kantooruren. Betaling door de handelaar aan werknemer gebeurde door middel van overschrijving op een bankrekening van werknemer. Werknemer heeft de handelaar in dat kader echter op de mouw gespeld dat de opbrengst ten goede kwam aan de personeelsvereniging. Het hof concludeert dan ook dat de handelaar niet wist dan wel niet behoorde te weten van de onrechtmatige herkomst van de postzegels. Het bestreden vonnis voor zover gewezen tussen Compass en de handelaar wordt bekrachtigd.
Vordering tegen werknemer
Omdat nauwkeurige vaststelling van de omvang van de schade niet meer mogelijk is, schat het hof deze. Het hof neemt als voorlopig uitgangspunt de mededeling ter zitting van de handelaar dat werknemer in totaal een bedrag van € 73.427 heeft ontvangen van hem voor de door werknemer verkochte postzegels. Werknemer heeft ter zitting aangegeven dat dit bedrag juist zou kunnen zijn, maar dat hij het niet wist. Een goed en volledig inzicht in de percentages van de nominale waarde die de handelaar aan werknemer heeft betaald is niet meer mogelijk. Bij gebreke hiervan hanteert het hof een gemiddelde van 62,5%. Deze uitgangspunten leiden ertoe dat het er voorshands voor moet worden gehouden dat werknemer voor een bedrag van € 117.483,00 (nominale waarde) aan postzegels aan de handelaar heeft geleverd. De schade van Compass begroot het hof vooralsnog op dit bedrag. Werknemer wordt eerst in de gelegenheid gesteld zich over het door de handelaar genoemde bedrag uit te laten. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.