Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 30 april 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:1626
uitzendonderneming en werkgeefster/werknemer
Feiten
Werknemer is sinds 13 november 2006 in dienst van een uitzendonderneming op basis van een uitzendovereenkomst. Ten behoeve van een project dat (onder meer) inhield de vervanging van gas- en elektraleidingen (‘het project’) is werknemer door de uitzendonderneming ter beschikking gesteld aan X. Op 24 maart 2015 is werknemer bij het vervangen van een stalen gasleiding in een sleuf gevallen. Werknemer is vervolgens meerderen keren aan zijn rug geopereerd. Werknemer heeft de uitzendonderneming en X aansprakelijk gesteld voor door hem geleden schade als gevolg van het ongeval. De uitzendonderneming en X hebben de aansprakelijkheid afgewezen. Werknemer vordert dat het hof voor recht verklaart dat de uitzendonderneming en X op grond van artikel 7:658 BW althans 7:611 BW jegens hem aansprakelijk zijn voor de schade die hij als gevolg van het bedrijfsongeval van 24 maart 2015 heeft geleden en zal lijden en de uitzendonderneming en X hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de materiële en immateriële schade. De kantonrechter heeft zulks voor recht verklaard. Vervolgens is de zaak verwezen naar de rol van 1 maart 2017 teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het voort procederen. De uitzendonderneming en X keren zich in hoger beroep tegen het gedeeltelijk eindvonnis.
Oordeel
Werknemer verrichtte werkzaamheden op een betonnen stoep met een breedte van 60 tot 90 centimeter in de nabijheid van een sleuf van ca. 40 cm breed en minimaal 80 cm diep. Op de arbeidsplaats was er daardoor valgevaar door bijvoorbeeld inkalven. Het risico van inkalven heeft zich verwezenlijkt. De uitzendonderneming en X stellen dat er geen maatregelen behoefden te worden getroffen ter voorkoming van het inkalven omdat de sleuf niet dieper was dan 1 meter. Gesteld noch gebleken is dat X tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden heeft gecontroleerd hoe diep de sleuf daadwerkelijk was. Aldus is niet komen vast te staan hoe diep de sleuf precies was op de plaats waar werknemer erin is gevallen. Het enkele feit dat het treffen van maatregelen vereist is bij een diepte van meer dan 1 meter, betekent niet dat deze maatregelen niet nodig zijn wanneer de sleuf minder diep is. Zowel in de CROW-richtlijn als in de publicatie van Aboma Keboma staat dat het risico op inkalven ook afhankelijk is van de grondsoort, wel of niet geroerd zijn en van mogelijke trillingen. Gesteld noch gebleken is dat X (voldoende) aandacht heeft besteed aan deze omstandigheden. De uitzendonderneming en X betogen dat werknemer een ervaren grondwerker was en dus wist dat hij niet te dicht langs de rand van de sleuf moest lopen. Voor zover zij menen dat hen dit vrijwaart van aansprakelijkheid gaat dit voorbij aan vaste jurisprudentie dat een werkgever ook verantwoordelijk is voor de veiligheid van ervaren werknemers en steeds rekening dient te houden met het verschijnsel dat ook die werknemers wel eens nalaten de voorzichtigheid in acht te nemen die ter voorkoming van ongelukken geraden is. Bovendien: gesteld noch gebleken is dat aan werknemer opzet of bewuste roekeloosheid als bedoeld in artikel 7:658 lid 2 BW toegerekend dient te worden. De uitzendonderneming en X hebben onvoldoende gesteld om te concluderen dat zij aan hun zorgplicht als bedoeld in artikel 7:685 BW jegens werknemer hebben voldaan. Werknemer heeft voldoende onderbouwd dat hij als gevolg van het ongeval letsel heeft opgelopen en schade heeft geleden. Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol teneinde werknemer in de gelegenheid te stellen om zijn schadevordering nader te onderbouwen. Het hof verzoekt partijen om met elkaar in overleg te treden teneinde te bezien of overeenstemming kan worden bereikt over een eventuele medische expertise(s), de te benoemen deskundige(n) en de vraagstelling. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.