Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 30 april 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:1509
Dulo Asbestverwijdering B.V./Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid c.s.
Feiten
Dulo Abestverwijdering B.V. (hierna: ‘Dulo’) is gespecialiseerd in de verwijdering van asbesthoudende materialen. De stichtingen zijn belast met de uitvoering en naleving van de cao Bouwnijverheid, thans de cao bouw & infra (hierna: de cao bouw), de cao Bedrijfstakeigen Regelingen (hierna: cao BTER) en het verplichtstellingsbesluit van Bpf Bouw. De stichtingen hebben Dulo met ingang van 1 januari 2014 aangesloten. Dulo heeft in eerste aanleg gevorderd dat de kantonrechter voor recht verklaart dat zij niet onder de werkingssfeer van de cao Bouwnijverheid, de cao BTER en de Verplichtstellingsbeschikking van Bpf valt. De stichtingen hebben verder een verklaring voor recht gevorderd dat Dulo wel onder de werkingssfeer van voornoemde cao’s en beschikking valt en vorderen vanaf 1 januari 2014 betaling van de premies. De kantonrechter heeft bij het bestreden vonnis onder meer de vorderingen van Dulo in conventie afgewezen en in reconventie voor recht verklaard dat Dulo onder de werkingssfeer van de sector bouwnijverheid valt, in het bijzonder de verplichtstelling van Bpf Bouw, de cao BTER en voor de periode dat deze algemeen verbindend was/wordt de cao bouw. Tegen dit oordeel keer DULO zich in hoger beroep.
Oordeel
Dit geding betreft de vraag of Dulo onder de werkingssfeer valt van het verplichtstellingsbesluit van Bpf Bouw, de cao bouw en de cao BTER, zowel vóór als ná de wijziging van de werkingssfeerbepalingen in deze bedrijfstakregelingen in 2016. Uit de werkingssfeerbepalingen van deze bedrijfstakregelingen blijkt dat de formulering in 2016 is gewijzigd. De wijzigingen houden in dat achter 'asbestverwijdering' de woorden 'aan of op bouwwerken' niet langer voorkomen in de werkingssfeerbepalingen, en dat de isolatie-uitzondering geheel is komen te vervallen. Voor de uitleg van de werkingssfeerbepalingen die zijn opgenomen in de genoemde bedrijfstakregelingen geldt dat deze moeten worden uitgelegd conform de cao-norm. Nu gesteld noch gebleken is dat Dulo in de jaren daarna haar bedrijfsactiviteiten (wezenlijk) heeft gewijzigd, moet worden geoordeeld dat Dulo een onderneming is die zich bezighoudt met asbestverwijdering als bedoeld in de verplichtstelling van Bpf Bouw, de cao bouw en de cao BTER. In het verplichtstellingsbesluit van Bpf Bouw, de cao bouw en de cao BTER tot begin/medio 2016 is een uitzondering opgenomen voor asbestverwijdering als voorbehandeling ten behoeve van het aanbrengen, herstellen, bekleden, afwerken en/of onderhouden van isolerende materialen, de meergenoemde isolatie-uitzondering. Dulo stelt dat zij onder deze uitzondering valt, hetgeen door de stichtingen is betwist. Uit de bewoordingen van de isolatie-uitzondering volgt niet dat hieronder uitsluitend ondernemingen vallen die asbest verwijderen én vervolgens zelf isolerende materialen aanbrengen. Uit de woorden ‘voorbehandeling’ en ‘ten behoeve van’ leidt het hof af dat tussen de werkzaamheden inzake het verwijderen van asbest en de daaropvolgende werkzaamheden tot het aanbrengen van isolerende materialen, een zekere connexiteit moet bestaan maar niet dat vereist is dat beide werkzaamheden door dezelfde onderneming worden verricht. De isolatie-uitzondering is niet op Dulo van toepassing, omdat niet gebleken is dat, en evenmin in welke mate, er bij de door haar verrichte asbestverwijderingswerkzaamheden sprake was en is van een functionele connexiteit met het aanbrengen van isolatie. Het betoog van Dulo dat haar onderneming valt onder de cao orsima dan wel de cao schoonmaak wordt verworpen. Dulo valt vanaf 1 januari 2014 onder het verplichtstellingsbesluit van Bpf Bouw, de cao bouw en de cao BTER. Zij is vanaf dat moment premie verschuldigd aan de stichtingen. Het is in deze naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat Dulo met terugwerkende kracht tot 1 januari 2014 de verschuldigde premies dient te betalen. Dulo is gehouden loon- en premiegegevens te verstrekken vanaf 1 oktober 2014. Al het overige gevorderde zal worden afgewezen.