Naar boven ↑

Rechtspraak

Hago Nederland B.V./werkneemster
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 25 september 2019
ECLI:NL:RBOBR:2019:5595

Hago Nederland B.V./werkneemster

Het deskundigenoordeel voldoet aan de daaraan te stellen motiverings- en zorgvuldigheidseisen. Werkneemster moet dan ook in staat worden geacht vorm te geven aan haar re-integratie. Doordat zij dat niet heeft gedaan heeft zij verwijtbaar gehandeld. Geen sprake van ernstige verwijtbaarheid.

Feiten

Werkneemster is op 1 november 2016 in dienst getreden bij Hago, laatstelijk werkzaam in de functie van medewerker algemeen schoonmaakonderhoud I. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf van toepassing (hierna: de cao). Werkneemster is sinds 9 januari 2018 arbeidsongeschikt. Hago verzoekt de arbeidsovereenkomst tussen partijen zo spoedig mogelijk te ontbinden op grond van (ernstig) verwijtbaar handelen, wegens het structureel, gedurende meerdere maanden verzaken van haar re-integratieverplichtingen door werkneemster.

Oordeel

Tussen partijen is niet in geschil dat werkneemster geen passende werkzaamheden heeft verricht. Volgens de bedrijfsarts en volgens de verzekeringsgeneeskundige van het UWV is werkneemster daartoe wel in staat, zij het in beperkte mate. Het standpunt van werkneemster dat, waar het gaat om haar re-integratiemogelijkheden, zij mag uitgaan van het oordeel van haar eigen huisarts en behandeld psychiater kan niet als juist worden aanvaard, althans niet als zij daarmee bedoelt dat hun oordeel zwaarder weegt dan het oordeel van de bedrijfsarts en/of de verzekeringsarts van het UWV. De kantonrechter neemt bij haar beoordeling van het voorliggende ontbindingsverzoek tot uitgangspunt dat als sprake is van een deskundigenoordeel dat voldoet aan de daaraan te stellen motiverings- en zorgvuldigheidseisen, daaraan in beginsel doorslaggevende betekenis toekomt. Het deskundigenoordeel is immers gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundige rapportage van een arts die gespecialiseerd is in het beoordelen van (bijvoorbeeld) de vraag of sprake is van benutbare (re-integratie- of arbeids)mogelijkheden. Naar het oordeel van de kantonrechter is in deze zaak sprake van een deskundigenoordeel dat voldoet aan de daaraan te stellen motiverings- en zorgvuldigheidseisen. De conclusie van de verzekeringsgeneeskundige is dat werkneemster, ondanks het voortbestaan van haar ernstige klachten, in staat moet worden geacht om vorm te geven aan haar re-integratie door drie keer één uur per week op boventallige basis weer deel te nemen aan het arbeidsproces in aangepaste werkzaamheden. Dat sprake is van ‘geen benutbare mogelijkheden’ blijkt niet uit de door werkneemster overgelegde brief van haar destijds behandelend psychiater, noch uit de e-mail van haar psychiater en evenmin uit de door haar overgelegde adviezen van de bedrijfsarts van CSU. Uit deze stukken blijkt evenmin dat het hervatten van de re-integratie, in de beperkte mate zoals door Hago voorgesteld, nadelig of zelfs schadelijk voor het herstel zal uitpakken. Werkneemster is door haar voortdurende weigering om haar re-integratie op de door Hago voorgestelde wijze te hervatten zonder dat daarvoor een deugdelijke (objectieve) grond is komen vast te staan, tekortgeschoten in de op haar ingevolge artikel 7:658a en 7:660a BW rustende verplichtingen. Daarmee vervalt op grond van artikel 7:670a lid 1 BW het opzegverbod ex artikel 7:670 BW. Het ontbindingsverbod van artikel 7:671b lid 2 BW is daarmee niet van toepassing. Deze weigering kan worden aangemerkt als verwijtbaar handelen in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW op grond waarvan voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van Hago gevergd kan worden. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst dan ook ontbinden. De kantonrechter vindt de weigering echter niet ernstig verwijtbaar. Niet in geschil is dat werkneemster gebukt gaat onder forse psychische klachten en een belastende thuissituatie. Van regelrechte onwil van werkneemster om haar re-integratie te hervatten is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Niet in geschil is dat werkneemster ook wel heeft geprobeerd om te hervatten. Nu is overwogen dat van ernstige verwijtbaarheid geen sprake is en werkneemster twee jaar of langer in dienst is van Hago betekent dit dat aan werkneemster een transitievergoeding zal worden toegekend.