Rechtspraak
Feiten
Werknemer is op 11 september 2017 voor bepaalde tijd in dienst getreden van werkgever. Het dienstverband is laatstelijk verlengd tot 12 maart 2019. Werknemer was werkzaam als verkoopmedewerker in de door werkgever geëxploiteerde Spar-winkel. Op 9 november 2018 heeft in de winkel een gesprek plaatsgevonden tussen werkgever, een bedrijfsrechercheur bij R&F Investigations en werknemer. In dit gesprek heeft werknemer erkend gedurende zo’n 14 weken pakjes sigaretten te hebben weggenomen uit te winkel en hierover een getekende verklaring afgelegd. Bij brief van 12 november 2018 heeft werkgever aan werknemer bericht dat hij op staande voet is ontslagen wegens de diefstal. De kantonrechter heeft het verzoek van werknemer tot doorbetaling van loon c.a. na het ontslag op staande voet afgewezen op de grond dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven omdat werknemer meermalen sigaretten heeft weggenomen zonder daarvoor te betalen. Werknemer is van dit oordeel in hoger beroep gekomen.
Oordeel
Weliswaar is aannemelijk dat werknemer zich tijdens het gesprek met werkgever en de bedrijfsrechercheur op 9 november 2018 niet helemaal fit heeft gevoeld en druk heeft ervaren door de confrontatie met zijn gedrag, maar dat zijn verklaring zoals die in het gespreksverslag is weergegeven tot stand is gekomen onder zodanige ongeoorloofde druk of beïnvloeding dan wel leidende vraagstelling dat aan die verklaring geen waarde mag worden toegekend, is niet aannemelijk. Dat mogelijk niet (geheel) conform voornoemde privacygedragscode is gehandeld doet daar niet aan af. Ook in de dagen na het bewuste gesprek, toen werknemer ruimschoots gelegenheid had gehad een en ander te laten bezinken en te overdenken, heeft hij geen contact met werkgever gezocht met de mededeling dat zijn verklaring in het gespreksverslag onjuist was. Werknemer heeft daarnaast tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep nog aangevoerd dat hem zou zijn gezegd dat als hij het gespreksverslag zou tekenen, hij niet zou worden ontslagen. Het hof kan dit niet rijmen met hetgeen ter zake in het onderzoeksverslag is opgenomen: ‘Ik [hof: werknemer] weet dat mijn gedragingen voor werkgever Supermarkten [adres] een dringende reden zijn voor een ontslag op staande voet. Dit is mij mondeling medegedeeld door de heer werkgever en zal mij schriftelijk per post en aangetekende post worden bevestigd.’ Het moet dus voor werknemer volstrekt duidelijk zijn geweest dat zijn gedragingen voor werkgever een dringende reden voor ontslag op staande voet opleverden. Het hof concludeert op grond van het voorgaande, in samenhang met de onbestreden vaststellingen door de kantonrechter van hetgeen te zien is op de camerabeelden die in de eerste aanleg zijn getoond en de verklaring van de accountant, dat voldoende is komen vast te staan dat werknemer herhaaldelijk sigaretten heeft weggenomen uit de winkelvoorraad van werkgever zonder daarvoor te betalen. Wat betreft grief 4 voor het overige, te weten dat werkgever heeft getalmd met het ontslag op staande voet en (ruim) de tijd (namelijk van 7 uur tot 10.30 uur) heeft genomen vooraleer het gesprek met werknemer heeft plaatsgevonden en dat het ontslag derhalve niet onverwijld is gegeven, geldt het volgende. De werkgever dient na het ontdekken van de als dringende reden kwalificerende handeling onverwijld te handelen en zo spoedig mogelijk ontslag op staande voet te verlenen, maar in een geval als dit, waarin een onderzoek heeft plaatsgevonden naar diefstal/verduistering door personeel en in dat verband camerabeelden zijn gemaakt, is het alleszins terecht geweest in het kader van de wederhoor werknemer daarmee te confronteren en een verklaring te laten geven over de bevindingen. Nadat hij deze verklaring had gegeven en de beschuldigingen had erkend, is het ontslag op staande voet onmiddellijk dus onverwijld gegeven. De bestreden beschikking zal worden bekrachtigd.