Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 30 april 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:1764
Feiten
Werkgeefster detacheert werknemers bij opdrachtgevers voor het uitvoeren van projecten en (deel)processen tegen een vaste aanneemsom of op declaratiebasis. Werkneemster is op 1 januari 2017 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van Junior Consultant. In artikel 11 van de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. Op 15 november 2019 heeft werkneemster haar arbeidsovereenkomst met werkgeefster schriftelijk opgezegd, waarna zij mondeling heeft bericht dat zij bij onderneming X in dienst zou treden alwaar zij de focus op letselschade zou gaan leggen. Op 19 november 2019 heeft werkgeefster de opzegging van het dienstverband bevestigd en heeft zij werkneemster gewezen op onder meer het concurrentiebeding. Werkgeefster heeft werkneemster geen akkoord verleend om naar concurrent onderneming X over te stappen. Per 1 januari 2020 is werkneemster in dienst getreden bij onderneming X. In conventie vordert werkgeefster onder meer werkneemster te gebieden om het concurrentiebeding volledig na te komen. In reconventie vordert werkneemster onder meer schorsing van de werking van het concurrentiebeding.
Oordeel
Vordering tot nakoming van het concurrentiebeding in conventie
Werkneemster betoogt dat zij bij onderneming X niet werkzaam is binnen het ‘specifieke werkgebied’ waarin zij bij werkgeefster is opgeleid. Zij onderbouwt dit door aan te voeren dat het werkgebied waarin zij laatstelijk voor werkgeefster werkzaam is geweest de uitvoering van de krachtens de cao Metaal en Techniek verplicht voorgeschreven collectieve verzekeringen betrof. Daarmee miskent werkneemster echter dat het volgens de tekst van het concurrentiebeding niet relevant is in welk werkgebied zij laatstelijk werkzaam is geweest, maar in welk specifiek werkgebied zij is opgeleid door werkgeefster. Volgens werkgeefster betreft dit het werkgebied ‘schade en inkomen’ en is zij op ditzelfde terrein weer werkzaam bij onderneming X. Naar het oordeel van de kantonrechter is werkneemster binnen dit werkgebied opgeleid. Dit blijkt onder meer uit diverse opleidingen die werkneemster op dit gebied heeft gevolgd. Bovendien is werkneemster bij werkgeefster werkzaam geweest als onder meer schadeacceptant en schadeclaimbehandelaar. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat werkneemster bij concurrent onderneming X werkzaamheden verricht binnen het specifieke werkgebied van werkgeefster waarin werkneemster door werkgeefster is opgeleid waardoor zij het concurrentiebeding met werkgeefster in beginsel overtreedt.
Vordering tot schorsing van het concurrentiebeding in reconventie
Voorop gesteld wordt dat een concurrentiebeding bedoeld is om het bedrijfsdebiet van de werkgever – de opgebouwde knowhow en goodwill – te beschermen. Het beding is, anders dan werkgeefster beoogt, niet bedoeld om werkneemster te binden. Het concurrentiebeding kan alleen bescherming bieden tegen de door bijkomende omstandigheden optredende aantasting van het commerciële bedrijfsdebiet van werkgeefster door de overstap van werkneemster. Werkneemster heeft gemotiveerd gesteld dat daarvan in haar geval geen sprake is. Volgens haar draagt zij geen kennis van (samengevat) bedrijfsgevoelige informatie die onderneming X ten koste van werkgeefster kan baten. Hoewel werkgeefster dit bij conclusie van dupliek in reconventie heeft betwist, geldt dat dit door haar niet nader is geconcretiseerd. Gelet op het voorgaande is het naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk geworden dat werkgeefster door indiensttreding van werkneemster bij onderneming X in haar bedrijfsdebiet wordt aangetast op een wijze die bescherming verdient. Daaruit volgt naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter dat het door het concurrentiebeding te beschermen belang van werkgeefster onvoldoende zwaarwegend is tegenover het belang van werkneemster om onbelemmerd gebruik te kunnen maken van haar in artikel 19 lid 3 van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van arbeidskeuze. De vordering van werkgeefster in conventie wordt derhalve afgewezen en de vordering van werkneemster in reconventie tot schorsing van het concurrentiebeding wordt toegewezen.