Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/J & L VISTA B.V., c.s.
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 20 mei 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:899
Werknemer spreekt uitzendbureau en inlener aan vanwege diverse klachten, stellende dat deze het gevolg zijn van zware tilwerkzaamheden. Kantonrechter en hof wijzen vordering af. Werknemer komt geen beroep op de omkeringsregel toe en er is geen sprake van een causaal verband.

Feiten

Op 16 mei 2011 is werknemer bij J & L Vista B.V. als oproepkracht in dienst getreden voor de duur van zes maanden. De arbeidsovereenkomst is op 16 november 2011 verlengd voor zes maanden tot 16 mei 2012. J & L Vista heeft werknemer aan diverse bedrijven uitgeleend, waaronder in 2011 en 2012 aan L.I.S en voordien aan Gembird. Na 29 maart 2012 heeft werknemer twee weken vlees gesneden voor restaurants via Romi Uitzendbureau B.V., waar hij van 26 maart tot 15 juli 2012 in dienst was. Werknemer is met ingang van 24 april 2012 arbeidsongeschikt gemeld en per 22 april 2014 is aan hem een arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de WIA toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100. Bij brief van 20 maart 2014 is J & L Vista door werknemer aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van de langdurige te zware belasting die geleid heeft tot letsel aan onder andere nek en schouders. Bij brief van 30 april 2014 is ook L.I.S. hiervoor door werknemer aansprakelijk gesteld. In dit geding vordert werknemer dat zijn werkgevers worden veroordeeld de door hem in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden en nog te lijden schade te vergoeden. De kantonrechter heeft deze vordering in eerste aanleg afgewezen. Tegen deze beslissing komt werknemer op in hoger beroep.

Oordeel

Het hof bespreekt allereerst de wederzijdse stellingen met betrekking tot de aard en de duur van de werkzaamheden van werknemer. Werknemer heeft brieven en e-mails overgelegd waaruit zijn werkzaamheden bij de werkgevers blijken. Na verder debat kan op grond van de stellingen van werknemer als vaststaand worden aangenomen dat deze genoemde omstandigheden in belangrijke mate bijstelling behoeven. Het hof heeft er begrip voor dat het lastig kan zijn voor een werknemer een enigszins adequate omschrijving te geven van de arbeidsomstandigheden in het verleden. Ook indien daarmee rekening wordt gehouden moet het hof echter tot de conclusie komen dat werknemer niet aan zijn stelplicht heeft voldaan. Onbekend is gebleven hoe vaak hij het (til)werk heeft gedaan en op welke wijze, om hoeveel dozen het daarbij ging en met hoeveel werknemers een container werd geladen/gelost. Een en ander brengt mee dat ook in hoger beroep de werkzaamheden van werknemer voor J & L Vista bij Gembird buiten beschouwing dienen te blijven. Verder oordeelt het hof dat werknemer op een groot aantal punten en in belangrijke mate niet te volgen is in zijn beschrijving van de arbeidsomstandigheden bij L.I.S. Daarnaast is werknemer niet ingegaan op het verweer dat de werkzaamheden op de minst bezwarende wijze werden uitgevoerd (de zwaardere dozen onderop). Het hof acht aannemelijk dat deze werkwijze tot een substantiële verlaging van de werkbelasting leidt. Voorts verwerpt het hof het beroep van werknemer op de omkeringsregel. Het hof acht van algemene bekendheid dat de betreffende klachten ook voorkomen zonder dat daarbij een relatie met werkomstandigheden bestaat en het hof kan hieraan derhalve niet de conclusie verbinden dat de klachten van werknemer een werkgerelateerde oorzaak hebben. Ook de medische gegevens van werknemer geven het hof onvoldoende aanknopingspunt om de gestelde causale relatie tussen de gezondheidsklachten en het werk van werknemer bij L.I.S. aan te kunnen nemen. Het voorgaande komt er daarom op neer dat  een verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker en te onbepaald is. Het hof komt daarom tot de conclusie dat de stellingname van werknemer dat hij schade lijdt en/of heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden bij J & L Vista en/of L.I.S. geen stand houdt.