Naar boven ↑

Rechtspraak

Bikkel B.V./werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 24 maart 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:937
Werknemer heeft arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd met werkgever en niet met failliet bedrijf. Geen matiging loonvordering. Billijke vergoeding in hoger beroep verminderd.

Feiten

Werknemer is op 1 juni 2016 voor de bepaalde tijd van een jaar in dienst getreden bij Bikkel B.V. Op 22 mei 2017 is een aanhangsel arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. Op 19 juni 2017 heeft werknemer aan C een ongetekend aanhangsel arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd toegezonden waarin RSN als werkgever wordt aangeduid. Werknemer heeft geen reactie op deze e-mail ontvangen. Bij e-mail heeft werknemer drie door hem geantedateerde en door hem ondertekende arbeidsovereenkomsten aan X verzonden. In deze arbeidsovereenkomsten wordt RSN als werkgever en werknemer als werknemer aangeduid. Bij vonnis van de Rechtbank Noord-Holland van 30 juni 2017 is RSN in staat van faillissement verklaard. Bij brief van 2 oktober 2018 heeft de toenmalige advocaat van werknemer Bikkel gesommeerd om het achterstallige loon aan werknemer te voldoen. Bikkel heeft aan voornoemde sommatie niet voldaan. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter onder meer geoordeeld dat werknemer nog steeds in dienst is bij Bikkel op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat deze arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden met onmiddellijke ingang wegens ernstig verwijtbaar handelen en nalaten van Bikkel. De kantonrechter heeft een billijke vergoeding van € 45.000 toegekend. Bikkel is hiervan in hoger beroep gekomen.

Oordeel

Arbeidsovereenkomst met Bikkel

Vast staat tussen partijen dat C werknemer op 23 mei 2017 een ondertekend aanhangsel arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen werknemer en Bikkel heeft toegezonden. C was destijds bestuurder van Bikkel en derhalve bevoegd om namens Bikkel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met werknemer aan te gaan. Gegeven deze omstandigheden is het hof van oordeel dat C (namens Bikkel) aan werknemer – met de toezending van dit aanhangsel – een aanbod heeft gedaan om voor onbepaalde tijd bij Bikkel in dienst te treden. Het feit dat X niet expliciet heeft gereageerd op de e-mail van werknemer, waarin hij meldt nog in afwachting te zijn van een ‘go’ op het door C getekende document, staat niet aan het ontstaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de weg. De omstandigheid dat werknemer nadien arbeidsovereenkomsten met RSN heeft opgesteld biedt geen steun voor de stelling dat werknemer bij RSN is dienst is getreden, nu een reactie van X daarop is uitgebleven en hij zich eerst in september 2017 op het standpunt heeft gesteld deze arbeidsovereenkomsten wel te hebben ondertekend, zodat het werknemer niet duidelijk kan zijn geweest dat daaraan gevolg zou worden gegeven. Bovendien kan uit de tekst van de e-mailwisseling tussen werknemer en X van 11 oktober 2016 en 20 februari 2017 slechts worden afgeleid dat de afspraak is gemaakt om de verloning van werknemer tijdelijk via RSN te laten plaatsvinden wegens een ondeugdelijke administratie van Bikkel. Gelet op voornoemde omstandigheden is naar het oordeel van het hof een rechtsgeldige arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand gekomen tussen Bikkel en werknemer en is deze arbeidsovereenkomst niet omgezet in een arbeidsovereenkomst met RSN.

Loonvordering

Hetgeen Bikkel in hoger beroep naar voren heeft gebracht kan niet de conclusie rechtvaardigen dat toekenning van de loonvordering onaanvaardbare gevolgen met zich zou brengen. Haar stelling dat werknemer zich onvoldoende heeft ingespannen om een nieuwe baan te vinden heeft Bikkel onvoldoende toegelicht. Daarnaast kan niet worden gezegd dat werknemer (te) lang heeft gewacht met het starten van de procedure tegen Bikkel, nu hij aanvankelijk heeft gepoogd aanspraak te maken op een deel van het achterstallig loon door zich jegens het UWV en de curator in het faillissement van RSN op het standpunt te stellen dat hij een arbeidsovereenkomst had met RSN en zijn loonvordering geldend heeft geprobeerd te maken in de beroepsprocedure bij de Rechtbank Gelderland, terwijl Bikkel het risico op toewijzing van de volledige loonvordering mogelijk had kunnen beperken door (voorwaardelijk) de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en Bikkel te verzoeken. Bikkel heeft het risico van volledige toewijzing van de vorderingen over zichzelf afgeroepen en werknemer kan in de gegeven omstandigheden niet worden tegengeworpen dat hij niet elders inkomen heeft kunnen verwerven. Een wanverhouding tussen de gewerkte periode en de periode van loondoorbetaling doet zich niet voor.

Billijke vergoeding

Het hof neemt bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding in ogenschouw dat het handelen van Bikkel in hoge mate verwijtbaar is. Bikkel heeft geruime tijd een ondeugdelijke (salaris)administratie gevoerd, als gevolg waarvan werknemer regelmatig onvoldoende loon ontving en dit loon bovendien steeds te laat aan hem werd betaald. Na 31 mei 2017 heeft Bikkel volledig verzuimd het loon werknemer te betalen. Werknemer is door het voorgaande in ernstige mate financieel getroffen. Anderzijds moet ervan worden uitgegaan dat, zowel in de situatie dat Bikkel zou hebben erkend dat een arbeidsovereenkomst bestond met werknemer en derhalve niet na de faillietverklaring van RSN tot het staken van de volledige loonbetaling zou overgaan, als in de situatie dat partijen duidelijk hadden ingestemd met een omzetting van het dienstverband naar RSN en de curator derhalve de loonvordering van werknemer zou hebben erkend, werknemer – ten opzichte van de huidige situatie – een aanzienlijk hoger bedrag aan loon zou derven: het dienstverband zou in dat geval – naar alle waarschijnlijkheid – tegen een veel eerdere datum zijn geëindigd dan nu het geval is. In de huidige situatie heeft werknemer gedurende een veel langere periode recht op loon. Verder moet rekening worden gehouden met de immateriële schade die werknemer heeft geleden doordat hij geruime tijd in onzekerheid heeft verkeerd. Alles afwegende begroot het hof de billijke vergoeding op een bedrag van € 5.000 bruto. Bikkel zal tot betaling van een billijke vergoeding van € 5.000 bruto worden veroordeeld.