Naar boven ↑

Rechtspraak

Ambucare B.V./werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 februari 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:513
Schorsing concurrentiebeding. Concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet van een werkgever te beschermen, niet om werknemers te binden. Ambulanceverpleegkundige beschikt niet over concurrentiegevoelige informatie.

Feiten

Per 1 september 2019 is werknemer (opnieuw) in dienst getreden bij Ambucare B.V. als anesthesiemedewerker, op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Artikel 14 van de arbeidsovereenkomst bevat een relatie- en concurrentiebeding. Bij e-mail van 23 januari 2020 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst met Ambucare opgezegd tegen 1 april 2020 om per 1 mei 2020 in dienst te treden van TMI. TMI is een directe concurrent van Ambucare. Bij brief van 13 februari 2020 heeft Ambucare de opzegging bevestigd. Ambucare heeft werknemer daarbij gewezen op het relatie- en concurrentiebeding.  De kantonrechter heeft de vordering van Ambucare, om werknemer te verbieden zijn werkzaamheden voor TMI aan te vangen, afgewezen. Het concurrentiebeding is geschorst. Ambucare is hiervan in hoger beroep gekomen.

Oordeel

De enkele omstandigheid dat een werknemer vertrekt naar een concurrent betekent nog niet dat een werkgever (rechtstreeks) in zijn debiet is aangetast. Van zo’n aantasting is pas sprake als de nieuwe werkgever in de concurrentieslag met de voormalige werkgever in het voordeel is doordat de werknemer essentiële informatie meeneemt over producten, diensten en/of werkprocessen dan wel doordat de werknemer zodanige klantbinding heeft dat bepaalde klanten overstappen van de oude naar de nieuwe werkgever. Ambucare heeft niets aangevoerd waaruit blijkt dat werknemer beschikt over concurrentiegevoelige informatie waarmee TMI haar voordeel kan doen of zodanige binding met klanten heeft dat zij moet vrezen voor een overstap van klanten naar TMI. Werknemer is als ambulanceverpleegkundige uitvoerend werkzaam en niet betrokken bij commerciële contacten van Ambucare met haar opdrachtgevers. Voorts valt vooralsnog niet in te zien dat de allocatiefunctie van Ambucare geraakt wordt door de indiensttreding van werknemer als ex-werknemer bij een concurrent als TMI. De uitdiensttreding bij Ambucare gevolgd door de indiensttreding bij TMI heeft zo bezien geen effect voor Ambucare, anders dan dat zij – na het vertrek van werknemer – kennelijk moeite heeft daarvoor personeel te vinden. Die omstandigheid mag hier echter niet in haar voordeel wegen. Weliswaar heeft Ambucare medische cursussen aangeboden aan werknemer en hem daarmee in de gelegenheid gesteld zijn kennis te vergroten, maar niet in geschil is tussen partijen dat werknemer die cursussen wegens tijdgebrek niet heeft gevolgd. Van een daadwerkelijke investering als door Ambucare gesteld is dan ook niet althans onvoldoende gebleken. Een en ander leidt ertoe dat het hof voorshands van oordeel is dat het belang van Ambucare bij handhaving van het concurrentiebeding in het geval van werknemer niet valt onder de belangen die artikel 7:653 BW beoogt te beschermen. Wat betreft de belangen van werknemer overweegt het hof dat hij een duidelijk belang heeft vrij te zijn in de keuze van een opvolgend dienstverband. Werknemer heeft verder onweersproken aangevoerd dat hij bij TMI zijn financiële positie iets kan verbeteren en dat hij met minder reistijd en minder reiskosten te maken zal krijgen. Het hof is van oordeel dat werknemer daarmee voldoende aannemelijk heeft gemaakt een gerechtvaardigd belang te hebben om bij TMI te werken. Dat werknemer er zelf voor heeft gekozen bij Ambucare te vertrekken, en daar volgens Ambucare geen (voldoende of reële) reden voor had, als ook dat het dienstverband van werknemer bij Ambucare met iets meer dan twee jaren relatief kort is geweest, legt in de belangenafweging in dit geval aan de zijde van Ambucare onvoldoende gewicht in de schaal. Na afweging van de wederzijdse belangen is het hof voorshands van oordeel dat het belang van werknemer om van de werking van het concurrentiebeding ontheven te worden, groter is dan het belang van Ambucare bij handhaving daarvan, en dat werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Dit betekent dat het hof met de kantonrechter voorlopig van oordeel is dat aannemelijk is dat de bodemrechter aan het concurrentiebeding haar werking zal ontnemen. De door Ambucare gevorderde voorziening is ook in hoger niet toewijsbaar terwijl de door de kantonrechter uitgesproken schorsing van het concurrentiebeding zal worden gehandhaafd.