Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Apeldoorn), 14 april 2021
ECLI:NL:RBGEL:2021:3894
Feiten
Werknemer is op 27 juli 2020 in dienst getreden van Meesters in IT B.V. (hierna: MiIT) voor bepaalde tijd. MiIT is een bedrijf dat zich richt op de IT-markt. Bij brief van 23 november 2020 heeft MiIT aan werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangeboden als commercieel directeur. Tussen partijen staat vervolgens in geschil of werknemer op enig moment ontslag heeft genomen. Eveneens staat de houding van werknemer ter discussie doordat hij, zonder ziektemelding, vanuit privébelangen verbleef in Oostenrijk en niet terug wenste te keren naar Nederland vanwege zijn ziekte. Op enig moment heeft MiIT werknemer de toegang tot zijn zakelijke account ontzegd. Onderhandelingen over het sluiten van een vaststellingsovereenkomst heeft niet tot overeenstemming geleid. Werknemer verzoekt, voor zover MiIT de arbeidsovereenkomst zou hebben opgezegd, vernietiging van de opzegging. MiIT verzoekt voorwaardelijke ontbinding op onder meer de i-grond.
Oordeel
Het verzoek van werknemer is gebaseerd op de veronderstelling dat MiIT de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Nu MiIT en werknemer allebei stellen dat er geen opzegging door MiIT is geweest en het accepteren van een veronderstelde opzegging niet gelijk staat aan het zelf opzeggen door MiIT, moet worden geconcludeerd dat er geen opzegging door MiIT heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van de ontslaggronden beredeneert de kantonrechter als volgt. Verwijtbaar is de opstelling van werknemer rond het verblijf in Oostenrijk en het niet terugkeren naar Nederland. MiIT heeft daarvoor geen formele ziektemelding ontvangen, terwijl dit wel op de weg van werknemer had gelegen. Ook van de zijde van MiIT zijn verwijtbare gedragingen aan te wijzen. Dit betreft met name het onbegrijpelijke standpunt dat werknemer ontslag zou hebben genomen. MiIT valt dan ook te verwijten dat zij de loonbetaling heeft gestopt. Weliswaar kan tegengeworpen worden dat de loonstop niet alleen MiIT te verwijten valt. Werknemer wenste immers niet terug te keren naar Nederland, maar het is MiIT zelf geweest die werknemer verboden heeft contact op te nemen met collega’s en klanten en hem het bedrijfsaccount en de bedrijfstelefoon heeft afgenomen. Ook is MiIT, door ontvangen klachten over werknemer, ieder vertrouwen in hem verloren. Er is daardoor in korte tijd, binnen een half jaar, een groot meningsverschil en een vertrouwensbreuk ontstaan, die inmiddels ook al ruim vier maanden duurt. Bereidheid om elkaar te vinden en het vertrouwen op te bouwen lijkt geheel te ontbreken. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat sprake is van een combinatie van omstandigheden en gronden, die samen ertoe leiden dat van MiIT in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst langer te laten voortduren. De kantonrechter ontbindt derhalve de arbeidsovereenkomst.