Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 10 augustus 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:3779
Werknemer die zonder bevoegdheid sleutels en kentekenbewijzen van vijf voertuigen uit handelsvoorraad werkgeefster aan andere onbevoegde afgeeft en een Rolls Royce inruilt voor een Jaguar en die op eigen naam zet, handelt ernstig verwijtbaar. Ontbinding arbeidsovereenkomst.

Feiten

Werknemer is per 1 januari 2014 voor 20 uur per week in dienst getreden bij werkgeefster als administratief medewerker. Werkgeefster houdt zich bezig met de handel in en reparatie van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s. In maart 2015 is de eigenaar van werkgeefster overleden. Kort na dit overlijden heeft werknemer autosleutels en kentekenbewijzen van een aantal voertuigen die tot de handelsvoorraad van werkgeefster behoorden, uit de kluis gehaald die zich in de woning van de overleden eigenaar bevonden en afgegeven aan de vader van de eigenaar. Werknemer is vervolgens samen met de vader van de eigenaar naar een autohandelaar gegaan om een Rolls Royce uit de handelsvoorraad van werkgeefster om te ruilen voor een Jaguar en deze Jaguar is op zijn naam gezet. De vader van de eigenaar is in november 2016 veroordeeld voor diefstal van een vijftal voertuigen en voor witwassen. Ook tegen werknemer is aangifte gedaan, maar het OM heeft besloten hem niet te vervolgen, omdat zijn aandeel in de kwestie gering is geweest. Werkgeefster verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, primair vanwege verwijtbaar handelen. Werknemer verzoekt op zijn beurt eveneens ontbinding van de arbeidsovereenkomst, onder toekenning van de transitievergoeding (€ 3.600) en een billijke vergoeding (€ 150.000).

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Beide partijen zijn het erover eens dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden moet worden. Aan de orde is met name de vraag of sprake is geweest van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de kant van werknemer en of in dat kader de transitievergoeding en/of een billijke vergoeding verschuldigd is. Vaststaat dat zowel werknemer als de vader van de eigenaar niet bevoegd was over de handelsvoorraad van werkgeefster te beschikken. Het had op de weg van werknemer gelegen om voorafgaand aan de afgifte van de kentekenbewijzen en de sleutels van de voertuigen en het inruilen van de Rolls Royce toestemming aan werkgeefster te vragen, maar dit heeft hij niet gedaan. Indien het voor hem op dat moment onduidelijk was wie na het overlijden van de eigenaar bevoegd was namens werkgeefster toestemming te geven, had hij moeten wachten tot die duidelijkheid er wel was. In de uitspraak van heden (zie AR 2022-1016) wordt voor recht verklaard dat werknemer onrechtmatig jegens werkgeefster heeft gehandeld door kort na het overlijden van de eigenaar de sleutels en kentekenbewijzen van vijf voertuigen uit de handelsvoorraad van werkgeefster aan de vader van de eigenaar af te geven en door een van de voertuigen in te ruilen en de nieuwe auto op zijn naam te laten zetten. Werknemer heeft hiermee naar het oordeel van de kantonrechter tevens ernstig verwijtbaar jegens werkgeefster gehandeld. Het ontbindingsverzoek op de e-grond wordt dan ook toegewezen. Gelet op het ernstig verwijtbaar handelen van werknemer is werkgeefster geen transitievergoeding verschuldigd. De kantonrechter ziet geen reden om aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen, nu van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkgeefster geen sprake is geweest. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst volgt.