Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/X
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 16 mei 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:1585
Kort geding van een werknemer over nakoming van een geheimhoudingsbeding op straffe van een dwangsom.

Feiten

Werknemer heeft na een dienstverband van circa 12 jaar zijn arbeidsovereenkomst met X opgezegd tegen 28 februari 2022 en is aansluitend per 1 maart 2022 in dienst getreden bij zijn nieuwe werkgever. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen met een looptijd van zes maanden zonder boete en een geheimhoudingsbeding eveneens zonder boete. In het vonnis waarvan beroep heeft de voorzieningenrechter alle vorderingen van X jegens werknemer afgewezen, met uitzondering van de vordering over de nakoming van het geheimhoudingsbeding. De voorzieningenrechter heeft deze vordering toegewezen, in die zin dat hij werknemer heeft veroordeeld tot nakoming van het geheimhoudingsbeding, op straffe van een dwangsom van € 2.500 per dag dat werknemer in gebreke blijft, gemaximeerd op € 10.000. Werknemer komt hiertegen op.

Oordeel

Uit de spreekaantekeningen van de advocaat van X leidt het hof af dat volgens X werknemer zijn geheimhoudingsbeding heeft overtreden in contacten met B met betrekking tot C. Werknemer heeft dit gemotiveerd betwist, onder meer aan de hand van een verklaring van de heer Z. Bij deze stand van zaken kan naar het oordeel van het hof niet op voorhand worden aangenomen dat werknemer zijn geheimhoudingsbeding in contacten met B heeft overtreden. Voor zover X stelt dat er meer voorvallen zijn geweest waarbij werknemer zijn geheimhoudingsbeding heeft overtreden geldt hetzelfde, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door werknemer. Om vast te stellen of werknemer zijn geheimhoudingsbeding heeft overtreden is nader feitenonderzoek nodig, en mogelijk bewijslevering door het horen van getuigen. In dit kort geding is daarvoor echter geen plaats. Naar het oordeel van het hof heeft X er inderdaad belang bij dat werknemer geen concurrentiegevoelige informatie van X verstrekt aan zijn nieuwe werkgever. Tussen partijen is op zichzelf niet in geschil dat werknemer dat niet mag doen op grond van het geheimhoudingsbeding. Dit betekent echter niet dat aan overtreding van het geheimhoudingsbeding ook een dwangsom moet worden verbonden. In het licht van de hiervoor weergegeven uitlatingen van werknemer tijdens de mondelinge behandeling, heeft X onvoldoende concreet onderbouwd dat voor een dergelijke ordemaatregel in dit geval aanleiding is. Haar stelling dat zij signalen blijft ontvangen dat werknemer zich niets gelegen laat liggen aan zijn geheimhoudingsbeding, is daarvoor niet toereikend. Voorts heeft werknemer er belang bij dat hij niet blootgesteld wordt aan lichtvaardige executiemaatregelen. Daarbij heeft het hof mede in aanmerking genomen dat het geheimhoudingsbeding zo algemeen is geformuleerd dat dit gemakkelijk tot executiegeschillen zal kunnen leiden, nu de verhoudingen tussen partijen ernstig verstoord zijn. Tijdens de mondelinge behandeling hebben de advocaten van partijen meegedeeld dat er al een executiegeschil aanhangig is naar aanleiding van het betekeningsexploit d.d. 3 april 2023. Nu het geheimhoudingsbeding door X is opgesteld, dient het voorgaande voor haar rekening en risico te komen. De belangen van partijen afwegend, komt het hof tot de conclusie dat de gevraagde voorziening moet worden afgewezen.