Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 9 mei 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:1169
Feiten
De Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: DJI) is verantwoordelijk voor de dagelijkse zorg en veiligheid van justitiabelen. Werknemer is in 2003 in dienst getreden van DJI en is sinds 1 januari 2020 werkzaam in de functie van senior Zorg- en behandelinrichtingswerker (ZBIW’er) bij de PI in Alphen aan den Rijn. Werknemer is belast met de bewaring en beveiliging van in de inrichting geplaatste personen alsmede met intensieve individuele begeleiding van en zorg aan justitiabelen in hun leefsituatie. Werknemer dient bij te dragen aan humane uitvoering van detentie, beperking van detentieschade en het voorkomen van recidive en heeft daartoe trainingen en cursussen gevolgd. De gedragscode DJI bevat een bepaling omtrent geweldsdelicten met justitiabelen die bepaalt dat in geval van een conflict slechts gebruik mag worden gemaakt van geweld(smiddelen), indien er geen verbale mogelijkheden zijn en het uit zelfverdediging is of om de situatie onder controle te krijgen. Op 7 januari 2022 heeft er een incident plaatsgevonden waarbij werknemer was betrokken, welk incident naderhand is onderzocht. Werknemer en een collega moesten een gedetineerde, A, begeleiden vanuit zijn cel naar een andere afdeling. A bleek nog niet klaar voor de verhuizing waarna werknemer A heeft aangespoord om in te pakken. A raakte geïrriteerd en er ontstond een woordenwisseling. A weigerde vervolgens herhaaldelijk zijn spullen in te pakken en schreeuwde tegen werknemer. Werknemer heeft A een zetje in de rug gegeven waarop A een dreigende houding heeft aangenomen. Op enig moment heeft A zich omgedraaid in de richting van werknemer met een voorovergebogen hoofd en heeft werknemer hem een vuistslag gegeven in het gezicht met een bloedlip tot gevolg. A heeft op geen enkel moment gebalde vuisten getoond. Werknemer is niet eerder betrokken geweest bij geweldsincidenten. In eerste aanleg heeft de staat de kantonrechter om ontbinding wegens verwijtbaar handelen verzocht. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden onder toekenning van een gedeeltelijke transitievergoeding. Volgens de kantonrechter heeft werknemer de situatie in strijd met de bij DJI geldende gedragscode onnodig laten escaleren. Werknemer gaat in hoger beroep en verzoekt primair herstel van de arbeidsovereenkomst, subsidiair financiële vergoedingen. Volgens hem liggen de feiten anders en heeft hij conform de gedragscode gehandeld.
Oordeel
Het hof volgt werknemer voorshands niet in zijn beschrijving van het incident. Werknemer heeft zich bij verschillende gelegenheden uitgelaten over de gang van zaken op 7 januari 2022. De wijze waarop werknemer in de loop van de tijd zijn verklaring heeft bijgesteld, doet afbreuk aan de overtuigende kracht van zijn uiteindelijke lezing dat hij te maken had met de onmiddellijke dreiging van een kopstoot in plaats van een uithaal. Verder overtuigt de reconstructie van werknemer niet. Het verweer van werknemer dat zich op het moment voorafgaand aan zijn vuistslag een concrete fysieke dreiging voordeed en dat hij niet heeft geschreeuwd, vindt ook geen steun in de verklaringen van zijn collega’s. De bewijslast ter zake van de stellingen die aan het ontbindingsverzoek ten grondslag zijn gelegd, rust op de staat. Gelet op het voorgaande, is het voorlopig oordeel dat de staat is geslaagd in dat bewijs en dat het door werknemer gebruikte geweld niet in overeenstemming met de gedragscode is. Werknemer heeft een concreet (tegen)bewijsaanbod gedaan. Het hof stelt werknemer daartoe in de gelegenheid. Werknemer erkent dat hij anders had moeten handelen, maar de mogelijkheid tot een andere aanpak levert volgens hem geen (ernstig) verwijtbaar handelen op en is geen reden voor het oordeel dat er geen basis meer bestaat voor verdere samenwerking. Het hof houdt het oordeel over dit subsidiaire verweer en andere geschilpunten aan tot na de bewijslevering.