Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 27 juni 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:1173
Feiten
Werknemer is in 2003 in dienst getreden van de Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: DJI) en is sinds 1 januari 2020 werkzaam in de functie van senior zorg- en behandelinrichtingswerker (ZBIW’er) bij de PI in Alphen aan den Rijn. Werknemer is belast met de bewaring en beveiliging van in de inrichting geplaatste personen alsmede met intensieve individuele begeleiding van en zorg aan justitiabelen in hun leefsituatie. De gedragscode DJI bevat een bepaling omtrent geweldsdelicten met justitiabelen die bepaalt dat in geval van een conflict slechts gebruik mag worden gemaakt van geweld(smiddelen), indien er geen verbale mogelijkheden zijn en het uit zelf verdediging isof om de situatie onder controle te krijgen. Op 7 januari 2022 heeft er een incident plaatsgevonden waarbij werknemer was betrokken, welk incident naderhand is onderzocht. Werknemer en een collega moesten een gedetineerde, A, begeleiden vanuit zijn cel naar een andere afdeling. A bleek nog niet klaar voor de verhuizing waarna werknemer A heeft aangespoord om in te pakken. A raakte geïrriteerd en er ontstond een woordenwisseling. A weigerde vervolgens herhaaldelijk zijn spullen in te pakken en schreeuwde tegen werknemer. Werknemer heeft A een zetje in de rug gegeven waarop A een dreigende houding heeft aangenomen. Op enig moment heeft A zich omgedraaid in de richting van werknemer met een voorovergebogen hoofd en heeft werknemer hem een vuistslag gegeven in het gezicht met een bloedlip tot gevolg. A heeft op geen enkel moment gebalde vuisten getoond. Werknemer is niet eerder betrokken geweest bij geweldsincidenten. In eerste aanleg heeft de staat de kantonrechter om ontbinding wegens verwijtbaar handelen verzocht. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden onder toekenning van een gedeeltelijke transitievergoeding. Volgens de kantonrechter heeft werknemer de situatie in strijd met de bij DJI geldende gedragscode onnodig laten escaleren. Werknemer gaat in hoger beroep en verzoekt primair herstel van de arbeidsovereenkomst, subsidiair financiële vergoedingen. Volgens hem liggen de feiten anders en heeft hij conform de gedragscode gehandeld. In zijn tussenuitspraak heeft het hof voorlopig bewezen geacht dat het door werknemer gebruikte geweld niet in overeenstemming met de gedragscode is geweest. Het hof heeft werknemer in de gelegenheid tot het leveren van tegenbewijs gesteld.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. Omdat werknemer heeft afgezien van het doen horen van getuigen, is het tegenbewijs tot het leveren waarvan hij was toegelaten, niet geleverd. Conclusie is dat werknemer de situatie onnodig heeft laten escaleren en dat hij in strijd met de gedragscode heeft gehandeld. Het hof onderschrijft de overweging van de kantonrechter dat zodanig gedrag kan leiden tot spanningen tussen gedetineerden en het in de PI werkzame personeel. Eveneens sluit het hof zich aan bij de overweging dat gedetineerden er onvoorwaardelijk van uit moeten kunnen gaan dat zij correct worden behandeld. Het hof volgt werknemer gelet op zijn verklaringen niet in het verweer dat sprake is geweest van een taxatiefout. Het oordeel van de kantonrechter dat als gevolg van het incident het vertrouwen zodanig is beschaamd dat geen basis meer bestaat voor verdere samenwerking acht het hof juist. De grief waarin werknemer opkomt tegen het oordeel van de kantonrechter dat het handelen van werknemer moet worden aangemerkt als ernstig verwijtbaar handelen slaagt echter. Werknemer is getergd door het gedrag van A en probeerde zijn werkzaamheden op juiste wijze uit te voeren maar heeft zich daarbij laten leiden door emoties. Onder deze omstandigheden is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen. Werknemer heeft derhalve recht op de gehele transitievergoeding (€ 23.257,22 bruto). De bestreden beschikking wordt deels vernietigd.