Naar boven ↑

Rechtspraak

Op de rechtsbetrekking tussen werkgeefster en werkneemster is het gewone arbeidsrecht van toepassing en niet het kerkelijke recht. De vorderingen van werkneemster met betrekking tot het loon en het nakomen van re-integratieverplichtingen worden toegewezen.

Feiten

Werkgeefster is een protestants kerkgenootschap waar werkneemster op 1 februari 2011 bij in dienst is getreden. In juni 2022 heeft het jaarlijkse tienerkamp van werkgeefster plaatsgevonden. Op de laatste dag van dit tienerkamp ging de groep tieners onder verantwoordelijkheid van onder meer werkneemster naar een attractiepark. Zes tieners zijn aan het einde van de dag niet op het afgesproken tijdstip bij de bus verschenen. De bus is op enig moment vertrokken en de zes tieners zijn in het attractiepark achtergebleven. Werkgeefster heeft werkneemster ten gevolge hiervan op non-actief gesteld. Op 14 juli 2022 heeft het landelijk bestuur van werkgeefster besloten het vertrouwen in werkneemster op te zeggen. Werkneemster is hiervan in kennis gesteld. Vervolgens heeft werkneemster zich ziekgemeld. Op enig moment stelt werkneemster zich op het standpunt dat zij vanaf februari 2023 te weinig loon van werkgeefster ontvangt. Verder voldoet werkgeefster volgens werkneemster niet aan haar re-integratieverplichtingen tegenover werkneemster. Werkneemster vordert in kort geding dat werkgeefster wordt veroordeeld het maandloon van werkneemster te blijven voldoen alsmede dat werkgeefster haar re-integratieverplichtingen jegens werkneemster nakomt. Werkgeefster voert onder meer aan dat het gewone arbeidsrecht niet van toepassing is op de rechtsbetrekking tussen partijen, omdat de functie van werkneemster een kerkelijke functie is die gewoonlijk door predikanten wordt bekleed en daarop (uitsluitend) het kerkelijk recht van toepassing is.

Oordeel

Kerkelijk recht

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De in artikel 2:2 lid 2 BW neergelegde inrichtingsvrijheid van een kerkgenootschap brengt mee dat zij de rechtsverhouding tot een geestelijk ambtsdrager in haar statuut in beginsel naar eigen inzicht en in afwijking van het dwingend recht kan vormgeven. Het is mogelijk dat een verhouding tegelijk religieus en civiel van aard is. De vraag of een functie geestelijk of kerkelijk van aard is, is daarbij niet afhankelijk van de functie als zodanig, maar van de persoon die de functie bekleedt. In dit verband is van belang dat vaststaat dat werkneemster als niet-predikant een functie bekleedde en dat zij, anders dan predikanten, niet voorgaat in de kerk. Dit is een indicatie dat de functie van werkneemster moet worden geacht niet-kerkelijk van aard te zijn. Hierbij is ook van belang dat werkneemster bij werkgeefster werkzaam is op grond van een civielrechtelijke arbeidsovereenkomst. Bovendien is voorshands niet vast te stellen of partijen al dan niet expliciet een keuze hebben gemaakt voor het wereldlijk of het kerkelijk recht, zodat ook op grond daarvan niet kan worden vastgesteld dat de rechtsverhouding tussen partijen (uitsluitend) door het kerkelijk recht wordt beheerst. Gelet op al het voorgaande acht de voorzieningenrechter het gewone arbeidsrecht daarom voorshands (ook) van toepassing op de tussen partijen bestaande rechtsverhouding.

Vorderingen

De voorzieningenrechter onderzoekt of werkgeefster het gevorderde loon van € 4.676 bruto per maand aan werkneemster verschuldigd is. Gelet op diverse omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat werkgeefster gehouden is aan werkneemster hetbruto maandloon van € 4.676 te (blijven) voldoen tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, zodat werkneemster in het verlengde hiervan recht heeft op (na)betaling van het loon over de maanden februari en maart 2023. Verder is vast komen te staan dat de arbeidsovereenkomst voortduurt en dat werkneemster nog steeds (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt is. Zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt, is werkgeefster verplicht de re-integratieverplichtingen jegens werkneemster na te komen. De vorderingen worden derhalve toegewezen.