Rechtspraak
Feiten
Werkgeefster is een protestants kerkgenootschap waar werkneemster op 1 februari 2011 bij in dienst is getreden. In juni 2022 heeft het jaarlijkse tienerkamp van werkgeefster plaatsgevonden. Op de laatste dag van dit tienerkamp ging de groep tieners onder verantwoordelijkheid van onder meer werkneemster naar een attractiepark. Zes tieners zijn aan het einde van de dag niet op het afgesproken tijdstip bij de bus verschenen. De bus is op enig moment vertrokken en de zes tieners zijn in het attractiepark achtergebleven. Werkgeefster heeft werkneemster ten gevolge hiervan op non-actief gesteld. Op 14 juli 2022 heeft het landelijk bestuur van werkgeefster besloten het vertrouwen in werkneemster op te zeggen. Werkneemster is hiervan in kennis gesteld. Vervolgens heeft werkneemster zich ziekgemeld. In deze bodemprocedure verzoekt werkgeefster de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met werkneemster te ontbinden op de kortst mogelijke termijn en een verklaring van recht dat werkgeefster aan werkneemster geen transitievergoeding verschuldigd zal zijn.
Oordeel
De door werkgeefster aangevoerde gronden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst worden afzonderlijk beoordeeld.
Artikel 7:686 BW
De kantonrechter oordeelt dat aan de zware eisen voor ontbinding op grond van artikel 7:686 BW niet is voldaan. Hierbij wordt mede van belang geacht dat de andere mogelijkheid voor een werkgever om de arbeidsovereenkomst te ontbinden volgt uit artikel 7:671b lid 1 BW, welk artikel moet worden geacht de hoofdregel te zijn. De wetgever heeft immers de wijzen waarop de arbeidsovereenkomst kan eindigen (limitatief) vastgelegd in afdeling 9 van titel 10 van Boek 7 BW, zodat ervan kan worden uitgegaan dat dit de hoofdregel is en een ontbindingsverzoek op grond van artikel 7:686 BW daarop de uitzondering is.
E-grond
Er bestaat eveneens onvoldoende grond voor de gevraagde ontbinding op de e-grond. De kantonrechter beoordeelt het achterlaten van de zes tieners in een attractiepark als een ernstige inschattingsfout. Het is een incident dat niet had mogen plaatsvinden. Het ging om minderjarige tieners voor wie werkneemster de eindverantwoordelijkheid droeg. Nu werkneemster echter vrijwel direct na het incident heeft ingezien dat het handelen van haar en de tienerleiding niet door de beugel kon en vaststaat dat het een eenmalig incident is geweest, is dit incident op zichzelf – hoe kwalijk ook – gelet op al het voorgaande onvoldoende om de conclusie te dragen dat de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen moet worden ontbonden. Er had gekozen kunnen worden voor een andere sanctie, bijvoorbeeld voor een schriftelijke waarschuwing. Daarbij is mede van belang dat werkgeefster geen juist, compleet en onafhankelijk onderzoek heeft verricht naar het incident in het attractiepark. Vaststaat dat werkgeefster niet alle betrokkenen, waaronder met name niet de buschauffeur, heeft gehoord over het incident en de gang van zaken ter plaatse. De kantonrechter stelt bovendien aan de hand van de overgelegde verklaringen vast dat de vragen die werkgeefster over het incident heeft gesteld aan (een select groepje) betrokkenen ronduit suggestief en sturend van aard waren. Voorts heeft werkgeefster onvoldoende hoor- en wederhoor toegepast.
G-grond
Het conflict tussen partijen is begonnen met het incident in het attractiepark. Uit de stukken begrijpt de kantonrechter dat werkgeefster het vertrouwen in werkneemster blijvend is verloren als gevolg van dit incident en dat aan de kant van werkgeefster geen bereidheid bestaat om zich in te spannen voor herstel van de verhoudingen. De verstandhouding tussen partijen is verslechterd en de wijze van communiceren door werkgeefster richting werkneemster is verhard vanaf het moment dat werkneemster zich heeft ziekgemeld. De kantonrechter heeft tijdens de behandeling van de beide zaken gemerkt dat tussen partijen een groot onderling wantrouwen en een fundamenteel onbegrip voor elkaars standpunten is ontstaan, zodat kan worden geconcludeerd dat er geen basis meer voor een vruchtbare samenwerking. De verzochte ontbinding wordt derhalve toegewezen met veroordeling tot betaling van de transitievergoeding.